Gemeenten moeten aan de slag met de Natuurherstelwet

De Natuurherstelverordening of Natuurherstelwet is een Europese verordening met als doel de achteruitgang van de biodiversiteit in Europa te stoppen en te herstellen. Het is een belangrijk onderdeel van de Europese Green Deal, waarmee Europa de klimaatopwarming tracht tegen te gaan. Op 18 augustus 2024 trad de Verordening in werking. De Natuurherstelwet verplicht de lidstaten om tegen 2030 minstens 30 procent van de habitats in slechte staat verkerend te herstellen, met bijzondere aandacht voor Natura 2000-gebieden.

In 2050 moet dat 90 procent zijn. De verordening verplicht de lidstaten om natuur actief te herstellen, niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden, landbouwgebied en rond rivieren. Zo moeten steden vergroenen, rivieren moeten vrij stromen, landbouwers moeten de biodiversiteit versterken en bossen moeten meer natuurlijk beheerd worden.

Bomen in de stad

Artikel 8 van de Natuurherstelwet gaat over bomen, of liever ‘het herstel van de stedelijke ecosystemen’. Herstel van stedelijke ecosystemen is noodzakelijk, dit blijkt uitdrukkelijk uit de overwegingen 47 en 48 van de Natuurherstelwet (zie onderaan dit artikel). Deze regels moeten voor steden en gemeenten tot het volgende leiden:

  1. Geen nettoverlies van stedelijk groen en boomkroonbedekking tot 2030 (t.o.v. 2024). Dat betekent dat de totale hoeveelheid stedelijk groen en oppervlak bedekt door boomkruinen in 2030 niet minder is dan in 2024.
  2. Een toenemende trend realiseren van stedelijke groene ruimte na 2030.
  3. Een toenemende trend realiseren van boomkroonbedekking na 2030.

De verplichtingen uit de Natuurherstelwet rusten op de lidstaten van de Europese Unie. Dit betekent in de praktijk dat de verplichtingen uit de wet in beginsel op (alle) overheidsorganen rust.

Gemeenten moeten dus rekening houden met de verplichting uit artikel 8 EU Natuurherstelwet bij het nemen van besluiten. Gemeenten, provincies en andere decentrale instanties moeten immers het EU-recht naleven alsof zij zelf lidstaat zijn. Verordeningen zijn direct geldend en rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten; ze hoeven niet in nationale wetten te worden omgezet. Burgers kunnen zich direct beroepen op de Natuurherstelwet.

Natuurherstelplan

Uiterlijk op 1 september 2026 moet Nederland een Nationaal Natuurherstelplan hebben. Ook als er nog geen Nationaal Herstelplan is, moeten gemeenten in Nederland zich houden aan de doelstelling van de Natuurherstelwet.

Sterker nog, de gemeente is eerstverantwoordelijke voor stedelijk groen en hét decentrale orgaan van Nederland dat zich bezig zal moeten houden met natuurherstel op grond van artikel 8 van de Natuurherstelwet. Daarvoor moet een gemeente in ieder geval binnen de bebouwingscontour (bebouwde kom) bestaande regels goed in acht nemen, in het bijzonder van bomen die in een groenstructuur staan. Van deze bomen staat immers onomstotelijk vast dat ze van groot belang zijn voor de stedelijke natuur en biodiversiteit. Heeft een gemeente nog geen of onvoldoende regels die op de bescherming van bomen bewaken, dan moeten ze die zo snel mogelijk opstellen of aanpassen.

+++hieronder volgt de wettekst +++

Artikel 8  Herstel van stedelijke ecosystemen

1.  Uiterlijk op 31 december 2030 verzekeren de lidstaten dat er geen nettoverlies is in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking in stedelijke ecosysteemgebieden, zoals bepaald overeenkomstig artikel 14, lid 4, in vergelijking met 2024. Voor de toepassing van dit lid kunnen de lidstaten de stedelijke ecosysteemgebieden van die totale nationale oppervlakte uitsluiten indien het aandeel stedelijke groene ruimte in de stedelijke centra en stedelijke clusters groter is dan 45 % en het aandeel stedelijke boomkroonbedekking groter is dan 10 %.

2. Vanaf 1 januari 2031 realiseren (lidstaten) een toenemende trend in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte, onder meer door de integratie van stedelijke groene ruimte in gebouwen en infrastructuur, in stedelijke ecosysteemgebieden, bepaald overeenkomstig artikel 14, lid 4, te meten om de zes jaar vanaf 1 januari 2031, totdat een bevredigend niveau is bereikt zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 14, lid 5.

3. De lidstaten realiseren in elk stedelijk ecosysteemgebied, bepaald overeenkomstig artikel 14, lid 4, een toenemende trend in de stedelijke boomkroonbedekking, te meten om de zes jaar vanaf 1 januari 2031, totdat het bevredigend niveau is bereikt zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 14, lid 5.

+++

Overwegingen 47 en 48 van de Natuurherstelwet:

(47) Stedelijke ecosystemen maken ongeveer 22% van het landoppervlak van de Unie uit en vormen het gebied waarin de meerderheid van de burgers van de Unie woont. Stedelijke groene ruimten omvatten onder meer stadsbossen, parken en tuinen, stadsboerderijen, met bomen omzoomde straten, stadsweiden en -heggen. Stedelijke ecosystemen voorzien, net als de andere door deze verordening bestreken ecosystemen, in belangrijke habitats voor biodiversiteit, met name voor planten, vogels en insecten, waaronder bestuivers. Zij leveren ook tal van andere vitale ecosysteemdiensten, waaronder beperking en beheersing van het risico op natuurrampen (zoals overstromingen en warmte-eilandeffecten), koeling, recreatie, filtering van lucht en water, alsook klimaatmitigatie en -adaptatie. Het uitbreiden van de stedelijke groene ruimte is een belangrijke parameter voor het meten van de toename van het vermogen van stedelijke ecosystemen om die essentiële diensten te bieden. Het vergroten van de groenbedekking in een stedelijk gebied vertraagt de waterafstroming, waardoor het risico op verontreiniging van waterlopen door overstorting van hemelwater wordt verminderd, helpt de zomertemperaturen te beperken en de klimaatbestendigheid te vergroten, en biedt de natuur extra ruimte om in te gedijen. Het vergroten van de stedelijke groene ruimte zal in veel gevallen de gezondheid van het stedelijke ecosysteem verbeteren. Gezonde stedelijke ecosystemen zijn dan weer van essentieel belang voor het ondersteunen van de gezondheid van andere belangrijke Europese ecosystemen, bijvoorbeeld door aansluiting op natuurgebieden in het omringende platteland, verbetering van de gezondheid van de waterlopen buiten de stad, het bieden van een toevluchtsoord en broedplaats voor vogel- en bestuiversoorten die verbonden zijn met landbouw- en boshabitats, en het bieden van belangrijke habitats voor trekvogels.

(48) Maatregelen om te verzekeren dat het door stedelijke groene ruimten, met name bomen, bestreken gebied niet langer het risico loopt te worden verkleind, moeten sterk worden aangescherpt. Om te verzekeren dat stedelijke groene ruimten de nodige ecosysteemdiensten blijven leveren, moet het verlies ervan een halt worden toegeroepen en moeten zij worden hersteld en uitgebreid, onder meer door groene infrastructuur en natuurgebaseerde oplossingen, zoals groene daken en groene gevels, te integreren in het ontwerp van gebouwen. Op die manier kan een dergelijke integratie bijdragen aan niet alleen de instandhouding en toename van het door de stedelijke groene ruimte bestreken gebied, maar ook, indien de integratie ook bomen omvat, aan het oppervlak stedelijke boomkroonbedekking.