Najaar 2025 werd Oegstgeest flink opgeschrikt door grootschalige snoei in het dorp. De snoei was overal zichtbaar en de gesnoeide percelen bleken ook grondig aangepakt. Er was sprake van een brede verontwaardiging. De Bomenbond Rijnland werd benaderd door bewoners en leden om tegen de gemeente in verweer te komen. We hebben iedereen echter geadviseerd zélf de wethouder te mailen. Voor het bestuur van de Bomenbond was deze snoei echter niet zo onverwacht. De snoei is namelijk de eerste stap van een enorme investering in groen van de gemeente. De Bomenbond was aanwezig bij het startschot hiervan in mei vorig jaar.

Miljoeneninvestering in groen

Mei 2025 keurde de gemeenteraad het Beheerplan Groen 2025-2029 goed, waarin structureel een miljoenenbudget beschikbaar wordt gemaakt voor groen. Een gemeenteraadsvergadering is publiek te bezoeken, maar de publiekstribune was nagenoeg leeg. Een avond vergaderen tot in de late uurtjes en een dikke stapel leeswerk doorploeteren, maken gemeenteraadsvergaderingen blijkbaar niet per se populair. In deze column vertellen we het verhaal achter deze miljoeneninvestering. We hebben de gemeente geinterviewd voor toelichting. We hebben gesproken met wethouder Elfred Bus en senior adviseur groen Essi Laine.

Een mooi groen dorp. En dat zo houden.

Oegstgeest staat al jaren in de top 10 van beste gemeentes om in te wonen. De aanwezigheid van water en groen draagt daar aan bij. Ons groen heeft ook nog eens hoge culturele waarde. In 2022 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Groen en Water (2022-2031) goedgekeurd die een van de uitgangspunten is geweest voor de bredere Omgevingsvisie van de gemeente. In het beleidsplan heeft de lokale politiek besloten dat Oegstgeest een zelfstandig en groen dorp moet zijn en dat het groen op een bepaald gestandaardiseerd mimumum niveau bijgehouden moet worden. Wethouder Bus vertelt dat de redenering was, dat als we toch een kleine en zelfstandige gemeente zijn, we er maar beter voor kunnen zorgen dat ons dorp er mooi bij ligt. In het beleidsplan werd tevens geconstateerd dat het toenmalige groen niet aan het gewenste niveau voldeed. “De technische kwaliteit van het groen is laag, veel bomen hebben onvoldoende boven- en ondergrondse ruimte, steeds meer bomen worden onveilig en het ecologisch beheer wordt nog onvoldoende in de praktijk gebracht.” De Bomenbond heeft indertijd input geleverd voor dit beleidsplan. Dit plan was het vertrekpunt van de gemeente om de financiële consequenties van deze keuze voor groen te gaan bepalen.

Boomkwaliteit objectief meten

Na het goedkeuren van het beleidsplan Groen en Water was het aan de gemeente om uit te zoeken welke budgetten er nodig zouden zijn om de groene ambitie vorm te geven. De gemeente begon eerst met het meten van de huidige toestand. Daar was echter nog geen methode voor. Er is voor gekozen om bomen en groen volgens dezelfde boekhoudkundige methode te beschouwen die gangbaar is voor wegen en bruggen. Hierin wordt apart gekeken naar de eenmalige investering om iets aan te leggen, de jaarlijkse afschrijving (over 40 jaar) en terugkerende onderhoudsposten zoals snoei en veiligheidscontroles. Het toepassen van zulke boekhoudkundige normen op groen is nieuw voor de gemeente aldus de wethouder. Oegstgeest werkt hierin anders dan de buurgemeentes.

De Oegstgeester bomen staan er slecht bij

De bomen in de gemeente zijn ingemeten volgens een landelijke technische norm (NEN). Helaas bleek hieruit dat van de 13 duizend publieke bomen van de gemeente, er 6647 de conditie slecht tot kwetsbaar hebben. Dat is de helft van alle bomen! En nog eens 5068 bomen hebben de conditie matig. Dit komt omdat bijna alle gemeentebomen last hebben van een te kleine groeiplaats. Bomen worden hierdoor helaas niet oud. De resultaten waren voor de gemeente zelf ook een verrassing aldus Elfred Bus. Hij begrijpt nog steeds niet dat onze gewaardeerde straatbomen, waarvan er vele in de lente zo mooi in de bloesem staan, een onvoldoende krijgen. Maar ja, nadat er eenmaal een objectieve meetmethode was gekozen, kon de gemeente niet meer terug. Een deel van de verklaring van de slechte kwaliteit is de nabijheid van de kust. Het zout in de wetenwind beinvloedt nieuwe scheuten nadelig. De gemeente heeft besloten slechte scheutvorming niet mee te nemen in de beoordeling van de bomen.

Minumum eisen aan bomen

Door teleurstellende resultaten van de meting is er sinds 2025 een Bomenbeleid waar de gemeente keuzes maakt om de condities van bomen geleidelijk te gaan verbeteren. Hierin is gekozen voor boomkwaliteit boven boomkwantiteit. Senior adviseur groen Essi Laine heeft met haar expertise invulling gegeven aan dit beleid. Er is extra aandacht voor de keuze van de juiste boomsoort. De boom moet op de goede plek komen qua grond, ruimte en belichting. Daarnaast moet er alvast rekening gehouden worden met de opwarming van de aarde tijdens de beoogde levensduur van de boom. Verder wordt bij voorkeur voor inheemse soorten gekozen, want die dragen veel meer bij aan biodiversiteit. Als hierdoor ergens minder bomen teruggeplant kunnen worden, dan doet de gemeente een bijdrage in een fonds voor herplant elders in de gemeente. Voor nieuw te planten bomen wordt verder de gemeentelijke LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) gevolgd waarin de eisen staan die de gemeente zelf opstelt voor de projectleiders en beheerders op basis van het beleid. Elke gemeente heeft een eigen LIOR, en sommige gemeentes delen die openbaar op internet, zoals bijv. de Kaag en Braasem. Die van Oegstgeest is weliswaar niet gepubliceerd, maar de Bomenbond heeft kunnen inzien dat een grote boom minimaal 10m3 ondergrondse ruimte moet hebben (een halve vrachtwagen), en een boomspiegel van 1.2 x 1.2 m2. In Oegstgeest zit grondwater zo dichtbij het maaiveld dat de bomen makkelijk bij water kunnen, en er dus geen waterbufferend vermogen hoeft te worden meegerekend met de groeiplaats. Daarnaast wordt een regelmatige BVC (Boom Veligheids Controle) een standaard onderdeel van het beheer. Door al deze keuzes zal een boom langer meegaan en hoeft deze minder snel vervangen worden. Dat is niet alleen winst voor de natuur, maar ook de jaarlijkse boekhoudkundige omschrijving kan omlaag. Dubbele winst!

Wat kost het om slechte bomen te vervangen?

Het ineens vervangen van alle slechte bomen is financieel niet haalbaar. Een boom vervangen kost gemiddeld 1700€ per boom, maar dat kan oplopen tot wel 3500€ voor een groeiplaats in straatverharding. In het beleidsplan is daarom voorgesteld elk jaar een deel van de achterstand in te lopen. Uiteindelijk worden alle 1214 zeer slechte bomen vervangen en de groeippaats wordt verbeterd van deel van de matige bomen (1149). De gemeente laat de overige bomen met een matige status ongemoeid. Een deel van de vervanging kan ook meegenomen worden via project-financiering zoals de vervanging van riolen. De gemeente kwam uiteindelijk met het voorstel om het jaarlijks groenbudget te verhogen met meer dan 1.6 miljoen euro, wat dus in mei 2025 door de gemeenteraad werd goedgekeurd. De gemeenteraad heeft wel aangegeven dat dit bedrag aangepast moet kunnen worden als er later andere prioriteiten naar voren komen (zoals het zwembad). De investering in bomen wordt daarmee een blijvend onderdeel van het politieke proces.

Opschalen van groenbeheer

We vragen de wethouder of hij vorig jaar al dacht snel genoeg te kunnen opschalen om het jaarlijks budget ook al in 2025 sober en doelmatig uit te kunnen gaan geven. Dat was indertijd ook vraag van de de gemeenteraad. Elfred Bus geeft aan dat er tijdig contracten met aannemers zijn voorbereid om al het werk te kunnen verzetten. Om tijdig te kunnen beginnen was er zelfs al begonnen met voorbereiden nog voordat de raad akkoord gaf. Bomen verplanten kan namelijk alleen in de winter. Het akkoord in mei zou dus krap geweest zijn om alles voor de winter op orde te krijgen. De grootschalige snoei in het najaar van 2025 was de eerste stap. Begin 2026 is ook begonnen met het vervangen van bomen. Naast kaalgesnoeide percelen waren er in de gemeente opeens vele nieuwe bomen zichtbaar met gietrand, beluchtingsslang en boompalen.

Waar gehakt wordt vallen spaanders

De schaal van de opschaling was en is groot voor de gemeente. De bulk van het werk wordt door aannemers verricht en niet door personeel van de gemeente zelf. Daardoor was de snoei en herplant goed te verhapstukken door de gemeente. Waar de gemeente echter niet altijd alles kon bijbenen, was communicatie en handhaving. Na vele reacties van bewoners en berichten in de Oegstgeester Courant, besloot de gemeente uiteindelijk om brieven in de bus van bewoners te doen. Ook is er uitleg gepubliceerd in de Oegstgeester Courant. Hierin wordt uitgelegd dat maar een derde van de percelen dit jaar wordt gesnoeid. Dit geeft dieren de kans zich op te houden/te vestigen. In deze eerste fase blijkt echter ook dat aannemers zich bij de snoei niet altijd inhouden. De gemeente heeft nog een uitdaging in de handhaving om op alle onderaannemers te blijven letten. Elfred Bus neemt reacties van bewoners dan ook zeer serieus. Hij verzekerde de Bomenbond dat bewoners altijd een melding kunnen maken (via fixi of per mail) als ze iets verdachts zien – hij en de gemeentelijke groenexperts kunnen dan persoonlijk naar de situatie kijken. Hij laat zich daarbij adviseren door zijn groen experts. Waar nodig krijgen de onderaannemers betere instructies om zich aan het beleid van de gemeente te houden. In het komend groeiseizoen zal de gemeente de resultaten van de snoei en groei samen met de aannemers evalueren. Dan kunnen ze bepalen of deze werkwijze resultaat oplevert of verfijnd moet worden.

Veranderde rol Bomenbond Rijnland

De Bomenbond Rijnland is in het verleden begonnen als een groep actievoerders. Ooit hadden bomen en groen een heel lage priorioteit van de gemeentes. De Bomenbond was de luis in de pels om te zorgen dat gemeentes überhaupt oog hadden voor groen en bomen. Het belangrijkste middel van de BBR was jarenlang het maken van formele bezwaren en het doorgaan tot in de rechtzaal als dat nodig was. De laatste jaren hebben veel gemeentes echt flink werk gemaakt van hun groenbeleid en groenbeheer. De in deze column besproken investering is daar een voorbeeld van. Dat betekent dat de klassieke rol van de BBR als protestpartij in sommige gemeentes niet meer nodig is. De BomenBond blijft uiteraard de gemeente volgen, maar de grootste kwesties voor bomen zitten op dit moment in de handhaving van het uitbesteden van groenbeheer. De wethouder geeft aan dat hij nog zeker een rol ziet voor de Bomenbond. Voor de gemeentes is het een georganiseerde partij om burgerparticipatie in de vullen. De BBR kan verder bijdragen aan beleidsstukken door feedback te leveren. De BBR is hier in Oegstgeest complementair aan partijen zoals het Milieu Educatie Centrum (MEC) met haar expertise op ecologie en biodiversiteit, en de door de gemeente aangetrokken onafhankelijke externe experts via haar eigen Advies commissie Groen en Natuur. De BBR kijkt naast de ecologsiche waarde van bomen ook naar de belevingswaarde voor bewoners.