“De wethouders in het nieuw te vormen college staan de komende vier jaar voor veel uitdagingen met mogelijk negatieve gevolgen voor het Leidse bomenbestand”, zo begint de brief die de Bomenbond Rijnland woensdag 8 april 2026 aan de informateurs voor een nieuw te vormen Leids college deed toekomen.
Geen waarheidsgetrouwe monitoring
Dit kalenderjaar zullen alle EU-lidstaten moeten voldoen aan de bepalingen in de EU-Natuurherstelverordening, waarin onder andere is bepaald dat de stedelijke boomkroonbedekking in 2030 niet lager mag zijn dan hetgeen in 2024 opgemeten is. Vraag hierbij is welk meetsysteem wordt gehanteerd: de EU satelliet Copernicus komt op een bedekking van 7,26 % van het Leidse grondgebied, de Klimaatatlas (luchtfoto’s van Rijkswaterstaat) op 13,7 % en Cobra groeninzicht op maar liefst 24,7 %. Bij alle drie de metingen worden bomen in de openbare ruimte en particuliere bomen meegeteld. Waarheidsgetrouwe monitoring is dus van groot belang. Zonder goede nulmeting en waarheidsgetrouwe vervolgmetingen is het monitoren van het bomenbeleid op drijfzand gebaseerd. In Leiden ontbreekt deze waarheidsgetrouwe monitoring.


Volgens het onderzoek van Cobra Groeninzicht varieert de boomkroonbedekking in de diverse Leidse wijken van minimaal 7% tot maximaal 63%. Gemiddeld voor geheel Leiden op ruim 24%. Het oppervlak aan boomkroonbedekking zou tussen 2011 en 2022 zijn toenomen van 4,47 km2 tot 5,74 km2, wat overeenkomt met genoemde ruim 24%. De brongegevens zijn helaas niet openbaar, zodat de Bomenbond Rijnland deze gegevens helaas niet kan controleren. De brongegevens van de Copernicus satelliet en van de Klimaateffectatlas zijn wel openbaar en deze komen tot een veel lagere boomkroonbedekking in Leiden.
Overmatig verlies aan oudere bomen
Bij bomen gaat het niet alleen om aantallen maar in toenemende mate om hun ouderdom. De bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptatie (o.a. schaduw) van oudere bomen is een veelvoud van wat jongere bomen kunnen bieden. Behoud van (jong) volwassen en oudere bomen is daarom van het grootste belang. Het behoud van juist deze bomen wordt onvoldoende geborgd bij de start van nieuwe bouw- en aanlegplannen. Worden ze niet gekapt dan ontbreekt het – uit kostenoverwegingen? – vaak aan de nodige extra zorg om ze in topconditie te houden. Het ontbreekt in Leiden aan daadwerkelijke bescherming van volwassen en oudere bomen.

Visie nodig op nieuwe aanplant van bomen tot 2050 en verder
Nieuwe aanplant, al dan niet als compensatie voor gekapte bomen wordt momenteel steeds per apart kavel of bouwplan bekeken. Interactie met de directe, laat staan wijdere omgeving blijft daarbij vaak buiten beschouwing. Ook het beoogde eindbeeld in de tijd en de invloed van klimaatverandering op de gezondheid van bomen spelen vaak geen herkenbare rol bij de soortkeuze. Een ruimere visie is daarom nodig: ruimer in zowel geografische zin, als in tijd en in soortkeuze. Het ontbreekt in Leiden aan zo’n bredere visie.
Hoogste tijd voor een Leids bomenbeleidsplan
Wij bepleiten dat in het collegeprogramma een tekst wordt opgenomen die uitspreekt dat:
- een programma wordt opgesteld om het aantal bomen, het oppervlak, volume en de waarde van bomen te laten groeien tot een bevredigend niveau, vast te stellen in een ‘Bomenplan 2026-2030-2050-2100’
- een waarheidsgetrouwe monitoring van bomen wordt ingericht,
- in de meerjarenbegroting voor de periode 2026-2030 een budget wordt voorzien voor dit programma en bijbehorende monitoring.
Zodat ook generaties na ons kunnen leven in een boomrijke stad.