Sylviusterrein

Tijdens de kapverlening voor het grote aantal bomen op het ROC-terrein werd de kapvergunning voor heel wat bomen op het Sylviusterrein in Leiden afgegeven. En weer met uitblijven van een groencompensatieplan!
Hieronder leest u de pleitnota van de Bomenbond tijdens de zitting van de Beroep- en Bezwaarcommissie.

Leiden, 02-03-07

Pleitnota betreffende kapvergunning Sylvius terrein.

In september 2004 besloot de Leidse Gemeenteraad in te stemmen met het in juni van dat jaar verschenen Programma van Eisen “De Leeuwenhoek. Hoofdlijnen voor een stedelijk kenniscluster” als basis voor het door B & W op te stellen stedenbouwkundig plan en oorontwerp – bestemmingsplan Leeuwenhoek. In dit Programma van Eisen staat o.a.: “In de stedenbouwkundige planuitwerking zal specifiek rekening gehouden worden met de inpassing van bestaande waterlopen en bomen…”. Ook in de samenvatting, waar men zich beperkt tot de belangrijkste punten, staat onder `Groen en water’: “Er wordt rekening gehouden met de inpassing van de oude trambaan en bestaande waterlopen en bomen.”

De onlangs verleende vergunning voor het kappen van de bomen op het Sylviusterrein is een gevolg van deze stedenbouwkundige planuitwerking. Het gaat hier om het kappen van alle 133 daar aanwezige bomen.

De tegenstrijdigheid van deze beide gegevens kan ik op twee manieren verklaren:

a.
De betreffende opmerking over inpassen van bestaande bomen was een loze kreet, uitsluitend bedoeld om eventuele tegenstanders in de raad over de streep te halen. Je maakt een mooi boekje met mooie plaatjes, veel tekst en wat kreten als `groene dooradering’ en `rekening houden met bestaande bomen’. Als de raad dat heeft geaccordeerd kan je die kreten weer vergeten en ga je gewoon je gang.

b.
De betreffende opmerking is serieus bedoeld geweest en heeft bij de verdere planuitwerking steeds voorop gestaan. Pas na uitgebreid overleggen, passen en meten heeft men tot zijn grote teleurstelling moeten constateren dat het in dit geval niet mogelijk was om ook maar één van de 133 bomen te sparen.

In mijn meestal hardnekkige naïviteit ben ik geneigd het laatste te veronderstellen. Maar dan verwacht ik bij de motivatie van het verlenen van de kapvergunning iets terug te vinden van dat overleg, passen en meten en van die teleurstelling. Tot mijn verbazing vind ik daar niets van terug. Er staat slechts: “Voor het bouwrijp maken is het noodzakelijk het terrein integraal op te hogen. Het bestaande groen (met name bomen en grasland) kan hierdoor niet gehandhaafd worden. De nieuwe groenstructuur wordt aangelegd conform het stedenbouwkundig en landschappelijk plan.” Niets over hoeveel `bloed, zweet en tranen’ dit gekost heeft, uren vergaderen en slapeloze nachten omdat men niet heeft kunnen waar maken wat men plechtig had beloofd: rekening houden met bestaande bomen. Maar ook geen zakelijk vergelijkend kostenplaatje van verschillende alternatieven, waarbij meer dan nul bomen zouden kunnen worden gespaard.

Misschien kunt U zich voorstellen, dat de Bomenbond hierop in haar zienswijze reageerde met de term `onverantwoorde minachting voor natuurlijke elementen’. Het lijkt er toch op dat allereerst is uitgegaan van een stedenbouwkundig plan en dat achteraf blijkt dat er bomen in de weg staan, die dan dus moeten verdwijnen. Dat valt niet te verkopen als: rekening houden met bestaande bomen.

In de reactie van de gemeente op onze zienswijze wordt trouwens ook weer gesproken over de geplande groene zones in het gebied, als zijnde natuurlijke elementen. Bij recente discussies hierover blijkt steeds weer dat de opstellers van het plan hieronder iets geheel anders verstaan, zodat sportvelden daar ook bij horen, zelfs als ze met (groen) kunstgras worden bedekt.

In de Motivatie voor het verlenen van de kapvergunning wordt verwezen naar het Bomen onderzoek dat door Copijn Utrecht BV is uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt, dat het hier in grote meerderheid (128 van de 133) gaat om bomen van goede conditie en hoge toekomstverwachting en behorende tot de soorten (populieren, wilgen, elzen, essen) die uitstekend passen in het `Hollandse landschapsidee’ zoals het plan beoogt uit te stralen. Het enige punt was dat Copijn niet kon garanderen, dat de bomen nog zo’n hoge toekomstverwachting zouden hebben, als er rondom 50 cm zand zou worden gestort.

De ophoging heeft inmiddels plaatsgevonden ten behoeve van de bouw van het HAL Allergy kantoor en laboratorium. De ophoging is zó ver van de bestaande bomen, dat er, zeker voor deze soorten, geen enkel gevaar bestaat dat ze er schade van zullen ondervinden.

Het moet mogelijk zijn om de nog te realiseren infrastructuur zo aan te leggen dat er heel wat bomen gespaard kunnen worden. Dit lijkt ons een interessante uitdaging voor een landschapsarchitect die over enige flexibiliteit en creativiteit beschikt. Wij zijn gaarne bereid hierover mee te denken.
Ook nu weer heeft de Commissie in haar advies het volgende gezegd:
“Klager (Bomenbond) heeft gesteld, dat het College een ruimere blik op groen en verantwoordelijkheidsgevoel voor de natuur mist. De Commissie merkt op dat de kapvergunning geen betrekking heeft op bomen die voorkomen op de lijst met monumentale bomen, die bijzondere bescherming behoeven.”
Met andere woorden: alle houtopslag, dat niet als monumentaal is vastgelegd, is volkomen vogelvrij. Ja, vogelvrij zal het in Leiden worden als de natuur op deze manier door het College, de Raad en de Commissie van Beroep- en Bezwaarcommissie behandeld wordt. Dan hadden we in de pleitnota toch gelijk (dat wisten we trouwens al): het College mist een ruimere blik op groen en heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel voor de natuur.
U kunt meer lezen over de Leiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *