Leestafel

Ontbossing in Europa gaat steeds sneller

www.mo.be/nieuws/  3 juli 2020 Gevolg van recente groei van de houtmarkten, bio-energie en internationale handel

Robert Jones / Pixabay
De onderzoekers constateren ook dat de Europese klimaatambities na 2020 in gevaar komen als de ontbossing in dit tempo doorgaat. De ontbossing in Europa is na 2015 met 49 procent toegenomen vergeleken met het gemiddelde van de vier jaren daarvoor. Dat constateren onderzoekers van het Joint Research Centre in Italië, een onderzoeksinstituut van de Europese Commissie.
Het verlies van biomassa is tussen 2016 en 2018 zelfs nog sneller gegroeid, met 69 procent ten opzichte van de vier jaren daarvoor. De toename is een gevolg van de recente groei van de houtmarkten, bio-energie en internationale handel, zeggen de onderzoekers. Opvallend is dat tegelijkertijd het beboste oppervlak in Europa groeit. Deze nieuwe aanplant neemt echter veel minder CO2 op dan oude bomen.

Klimaatdoelen in gevaar

De onderzoekers constateren ook dat de Europese klimaatambities na 2020 in gevaar komen als de ontbossing in dit tempo doorgaat. Het verlies van CO2-opslag door bossen betekent dat er extra emissiereductie in andere sectoren nodig is om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. De ontbossing concentreert zich in vooral in Scandinavië en de Baltische staten, en ook op het Iberische schiereiland. Het onderzoek is deze week gepubliceerd in Nature.

 
Lees meer over Leestafel | Geplaatst op | Geen reacties | Leave a comment

De voordelen van een klimaattuin: ‘Eén boom heeft het potentieel van tien airco’s’

30/06/20    bron : Knack     auteur: Simon Demeulemeester

Een goedkopere, leefbaardere tuin die minder werk vergt? En die zowel oorzaken als gevolgen van de klimaatverandering helpt bestrijden? De klimaattuin heeft het allemaal, zweren tuinarchitect Marc Verachtert en tuinaannemer Bart Verelst.

De voordelen van een klimaattuin: 'Eén boom heeft het potentieel van tien airco's'

Bart Verelst (l): ‘Tuinaanleggers en -eigenaars onderschatten hoe groot hun impact op het klimaat kan zijn.’

Marc Verachtert (r): ‘Onze maatregelen willen de temperatuur in je tuin onder de 26 graden houden.’
© Carmen De Vos 

Bij aankomst in de prachtige tuin van Marc Verachtert is enige verkoeling welkom. We zijn met de trein en de fiets gekomen – je kunt moeilijk anders voor een interview over klimaatmaatregelen, maar het zweet staat op onze rug. Marc Verachtert en Bart Verelst halen meteen een tip uit hun Zakboek voor de klimaattuin boven: ‘Ga maar in de schaduw van de Catalpa bignonioides zitten.’ Een trompetboom, voor de leken.

Verachtert en Verelst danken hun vriendschap aan de Nederlandse dichter Willem Kloos. Tenminste, Verelst leeft volgens diens adagium ‘De natuur is mooi, maar je moet er iets bij te drinken hebben’. Hij stookt zijn eigen Garden Gin, op basis van 39 zelfgeteelde kruiden en eetbare bloemen. ‘Mijn hele leven staat in het teken van de bodem’, zegt hij. ‘Mijn vader kweekte groenten en bloemen, ik ben als historicus afgestudeerd op landbouwgeschiedenis en mijn vrouw is archeologe. Laten we zeggen dat ik niet de persoon ben om gecremeerd te worden.’ (lacht) Groenjournalist Verachtert, tuinarchitect van opleiding en bezieler van de Japanse tuin in Hasselt, nodigde Verelst zo’n twee jaar geleden uit om tijdens een tuinenreis in eigen land een proeverij te verzorgen in de kruidtuin van Leuven. ‘We begonnen meteen ideeën uit te wisselen’, herinnert Verachtert zich. ‘Daar is ons boekje uit voortgekomen.’

‘Water gaat te vaak recht van het dak de riool in. Vang het op in een waterpartij en je hebt gratis airco.’
Marc Verachtert

Zakboek voor de klimaattuin. Koele oases voor hete zomers is een slim werkstukje. Verelst en Verachtert hebben een urgente boodschap: we moeten dringend af van de klassieke tuin met groot terras, een groot gazon en een eenzame pluk siergras. Omdat hij een deel is van het klimaatprobleem én omdat die tuin onleefbaar wordt voor de mens. Maar in plaats van de groene apocalyps af te roepen, proberen ze tuineigenaars te verleiden met de weldaden van het alternatief: een klimaattuin. Zo counteren ze in één beweging zowel oorzaak als gevolg van het probleem. ‘Wij willen de mensen niet uitmaken voor dommerik omdat ze destijds al hun bomen hebben uitgedaan’, zegt Verelst. ‘Je kunt er beter voor zorgen dat de leefomgeving buitenshuis nu aangenaam en leefbaar blijft.’

Marc Verachtert: In alle tuinboeken van de afgelopen jaren die over klimaatverandering spreken, ging het altijd over ‘die plant gaat slap hangen, wat moet ik daaraan doen?’ Wij focussen niet op de planten maar op de mens. De tuin dient de mens, wat ben je ermee wanneer die niet langer leefbaar is? Wij maken de oplossingen tastbaar. Neem het belang van bomen. Veel te lang zijn die beschouwd als sta-in-de-weg. Om dat te kenteren, zijn we ze in de jaren 1970 en 1980 onze groene longen gaan noemen. Maar dat vóélt een mens niet echt, tenzij op de heetste dagen van het jaar in de meest vervuilde en dichtstbevolkte steden. Je bereikt meer door te wijzen op het verschil tussen een glaasje drinken in de volle zon op een hete dag of dat doen in de schaduw van een boom.

Iedereen weet dat een boom verkoelt dankzij zijn schaduw. Jullie wijzen ook op het ‘schouweffect’. Wat is dat precies?

Verachtert: Een fractie van het vocht dat een boom opzuigt, zo’n tien procent, gebruikt hij voor bladgroenverrichting of fotosynthese. De rest verdampt. Dat proces kost energie, waarvoor de boom warmte onttrekt aan zijn omgeving. Die warme lucht wordt opwaarts gezogen, waardoor er onder de boom een vacuüm ontstaat. Dat vult zich met verse lucht. Die opwaartse aanzuiging zorgt voor het verkoelende schouweffect. Je kunt dat nog versterken door ervoor te zorgen dat de aangezogen lucht niet over warme stenen wordt aangevoerd, maar over gras, vegetatie of nog beter: over een waterpartij. Die koelt de lucht het beste. Water heeft iedereen, alleen gaat het nog altijd veel te vaak recht van het dak de riool in. Vang dat water op in een waterpartij en je hebt de gratis airco waar wij over spreken. Of liever: tien airco’s. Een volwassen boom heeft namelijk het verkoelende potentieel van zoveel airco’s. Zijn schaduw koelt vier graden af, dankzij het schoorsteeneffect gaat het tot vijftien graden.

Marc Verachtert: 'De tuin dient de mens. Het is toch fijner om een glaasje te drinken in de schaduw van een boom dan in de volle zon?', Carmen De Vos
Marc Verachtert: ‘De tuin dient de mens. Het is toch fijner om een glaasje te drinken in de schaduw van een boom dan in de volle zon?’  © Carmen De Vos

Zegt u nu dat het op een hete dag van 35 graden slechts 20 graden kan zijn onder een boom?

Verachtert: Nee, want de gekoelde lucht vermengt zich met de warme lucht. Onze maatregelen willen de temperatuur in je tuin onder de 26 graden te houden. Dat blijkt de grens te zijn waarop het mensen te heet wordt en ze verkassen uit de zon naar de schaduw.

Bart Verelst: Weet u, onze oplossingen zijn vaak heel eenvoudig. Neem deze catalpa, waaronder wij zo heerlijk zitten: die komt pas in mei in het blad. Dat betekent dat je onder deze boom het hele voorjaar kunt genieten van de voorjaarszon. Pas vanaf mei, juni krijg je het gesloten bladerdak dat nodig is voor de koelte waar je in de zomer naar snakt. Mensen zijn zulke kennis vergeten. Hoe vaak heb ik als tuinaannemer niet klimop moeten verwijderen van de huizen? Nu beseffen mensen gelukkig steeds meer dat ze die mogen laten groeien op hun gevels. Specialisten hebben ons gerustgesteld: een nieuwe muur die perfect gevoegd is, is daartegen bestand. Wie een nieuw huis heeft, heeft geen excuus.

Dat is uitstekend voor vogels en insecten. Wat levert het op aan verkoeling?

Verelst: Ongelooflijk veel! Een op het zuiden gerichte muur kan opwarmen tot 70 graden, een terras tot 50 graden. Klimplanten zoals klimop en wingerd, die onwaarschijnlijk goed isoleren, kunnen de temperatuur van een muur tot 15 graden omlaag halen. Een echte verticale tuin zelfs 35 graden – maar die is dan ook een pak duurder dan wat klimopplantjes. Het potentieel van een groene gevel valt niet te overschatten. (fel) In het zuiden schilderen ze hun huizen al honderden jaren wit. Bij ons krijg je, in stilaan hetzelfde klimaat, architectuurprijzen voor zwarte huizen, dikke isolatielagen incluis. Onvoorstelbaar in tijden van klimaatopwarming en fel debat over energie. Niemand, niet in de politiek en niet in de bouw, denkt eraan om wat klimop of wingerd tegen de muur te zetten. Terwijl een simpele klimplant kan besparen op dure gevel- en isolatiematerialen én op de energiefactuur. En ze zijn mooi: wilde wingerd verkleurt prachtig in de herfst. Veel werk is het ook niet: één keer per jaar scheren, en met u-profielen onder je dakgoot hoef je niet te vrezen dat de klimplant erin kruipt.

Verachtert: Het is onvoorstelbaar hoeveel kennis verloren is gegaan in amper één of twee generaties tijd. Ik kom uit Limburg, van de kanten van Bokrijk. Daar kun je nog zien hoe het 150 jaar geleden was. Elk boerderijtje was witgekalkt en er groeide een druif of een wingerd tegen. Op elk hof stond een notelaar omdat die de muggen weghoudt, een linde hield de heksen op een afstand en de vlier bij de waterput zorgde ervoor dat er geen duivels in kropen. (komt op dreef) De populier was een bliksemafleider. Een buxusje leverde op Palmzondag palmtakjes. Bij de deur stonden welriekende planten om de geurtjes die meekwamen van het land weg te houden… Elke boom of plant had zijn plaats en betekenis. Daar zijn wij van vervreemd. Gelukkig zie ik het weer keren, langzaam maar zeker.

Bart Verelst: '10 procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Toch kijkt er geen kat om naar wat daarin gebeurt.', Carmen De Vos
Bart Verelst: ’10 procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Toch kijkt er geen kat om naar wat daarin gebeurt.’
© Carmen De Vos

Meneer Verelst, u bent verbolgen dat er geen toezicht is op wat mensen doen in hun tuin.

Verelst: Ik durf dat de voornaamste ergernis in mijn leven te noemen. Tien procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Dat is gigantisch. Toch is er geen kat die ernaar omkijkt wat daarin gebeurt. Een boer die één korrel stikstof te veel laat vallen op zijn land, die hangt. Terwijl een particulier ongecontroleerd blauwe mestkorrels kan strooien tot zijn tuin een smurfendorp lijkt. Idem voor waterverontreiniging: we kennen perfect het aandeel van de industrie en de landbouw daarin. Naar de rol van de particulier hebben we het raden. Er moet controle komen. Niet om te bestraffen, maar zodat we minstens weten wat er gebeurt op een tiende van ons grondgebied.

Uit een kennistest van de natuurvereniging Onze Natuur bleek dat amper de helft van de Belgen de tuin als natuur beschouwt. Dan gaat er heel veel potentieel verloren om iets aan de klimaatverandering te doen.

Verelst: Mensen zien de tuin nog te vaak als een verlengstuk van hun huis: hij moet er proper bij liggen. Vandaar ook de liefde van de Belg voor het strakke gazon. Alsof ze willen zeggen: ‘Hierbinnen is het ook proper.’ (lacht)

Verachtert: Mensen willen zo graag controle over de tuin. Nu, ik zie dat er wel uitgroeien. Vooral het verbod op de synthetische herbicide helpt daarbij. Vroeger spoten mensen wellustig op klaver en ereprijs. Die laatste, een prachtig klein plantje, was niet kapot te krijgen. Wat de mensen nóg meer vergif liet spuiten op hun gazon. Ik verwacht veel van de tendens naar kleurige gazons. Veel meer dan van het verketteren van gazons of iedereen te willen bekeren tot bloemenweiden.

Wat is een kleurig gazon?

Verachtert: Het is het beste van twee werelden: een gazon waarin ook laagblijvende bloemenzaden zijn gezaaid, het zogenaamde ‘nectar onder het mes’. Je kunt dat strak maaien wanneer je bezoek hebt en je de tuin graag netjes hebt. Laat het daarna weer een week of drie groeien, zo doe je de bijtjes ook een plezier. Hoe dan ook dwingt de droogte ons om minder te maaien. De voorbije zomers was het amper nodig tussen mei en september.

‘Een boer die één korrel stikstof te veel laat vallen, die hangt. Maar u mag blauwe mestkorrels strooien tot uw tuin een smurfendorp lijkt.’    –  Bart Verelst

Verelst: Je kunt echt spelen met een gazon. De ene keer maai ik paadjes, de andere keer strook om strook, of alleen de randen. Dat contrast tussen lang en korter gras is niet alleen mooi, het heeft ook ecologisch veel meerwaarde. Je creëert een rijke diversiteit aan planten omdat de ene houdt van een maaibeurt op zijn tijd, zoals klaver en boterbloem, en de andere net floreert wanneer ze mag uitschieten. Insecten houden van de temperatuurverschillen tussen de verschillende grashoogtes en zij lokken op hun beurt vogels naar je tuin. Wij attaqueren de liefhebbers van een gazon dus niet. We vragen gewoon om afscheid te nemen van het biljartlaken. Die oproep is ook voor overheden bestemd, al maaien de meeste al niet meer alle graspartijen elke week op dezelfde hoogte. Chapeau, want een deel van de publieke opinie mort daar nog altijd over.

Verachtert: Daar is een goed trucje tegen, de zogenaamde schaamstrook: door alleen de randen van een grasvlakte te maaien, zien de mensen dat er een beleid achter zit en het geen slordigheid is van hun bestuur. Bart heeft gelijk, je moet gazon niet verketteren. Zeg niet ‘weg met het gras’, maar zeg: ‘welkom bloemetjes’. Gras is altijd nog beter dan tegels of keitjes: het koelt af, houdt CO2 vast en laat water door.

‘Zet weer klimop of wingerd tegen je zuidelijke muur. Dat kan de temperatuur van een muur met 15 graden omlaag halen.’ – Bart Verelst

Moet het ontharden van onze tuinen en opritten een prioriteit zijn van het beleid?

Verachtert: Absoluut. Er zijn gelukkig al restricties. Alle verhardingen, uitgezonderd strikt noodzakelijke, mogen niet meer dan 80 vierkante meter innemen, tenzij je een omgevingsvergunning hebt. Dat is een goede zaak.

Verelst: Ik weet niet of het nu nog zo is, maar toen ik tuinaannemer was, werd kunstgras in sommige gemeenten nog aanvaard wanneer er ‘vergroening’ werd opgelegd. Dus de kleur telde! Of het nu plastic was dat werd uitgerold op een laag gestabiliseerd zand of plastic afsluitingen: als het maar groen was. Onvoorstelbaar.

Jullie richten je tot tuineigenaren en besturen, maar wat met de tuinaannemers? Stout gezegd, meneer Verelst: uw collega’s rijden meer rond met kasseien en tegels dan met planten.

Verelst: U hebt gelijk en dat is een probleem. Het is de kern van mijn missie: ik wil het koste wat het wil vermijden dat de tuiniers net zoals de boeren het imago krijgen dat zij de schuldigen zijn voor alles wat misloopt met de natuur en het klimaat. Daarom wil ik dat we nú veranderen. Te beginnen met de opleidingen. Een tijd geleden heb ik een aantal tuinbouwopleidingen gebeld om te horen hoeveel aandacht ze geven aan klimaatverandering en biodiversiteit. Het resultaat was bedroevend. Een aantal fanatieke leerkrachten voert een eenzame strijd, maar ze gaven toe dat ze die thema’s niet prioritair kunnen behandelen. Tuinaanleggers onderschatten net zo vaak als de tuineigenaren hoe groot hun positieve impact zou kunnen zijn.

Verachtert: We richten ons met het zakboek expliciet op hen. We hebben het boekje bezorgd aan de twee professionele federaties. Onze vele ‘tips van de tuinaannemer’ zijn zowel voor de tuineigenaar als voor de tuinaannemer inspiratie: we tonen wat zij zouden kunnen aanbieden aan hun klanten. We willen ook lezingen gaan geven aan professionele tuinaannemers.

Zijn zij ontvankelijk voor jullie boodschap? Toen op Knack.be een pleidooi verscheen van ecologisch tuinaannemer Frederik Houssin om gazons minder en anders te maaien, op de manier zoals jullie het bepleiten, kreeg ik een ongerust bericht van de dochter van een tuinier: ‘Laat nog wat werk over voor mijn pa!’

Verachtert:Ze moeten niet bang zijn voor de klimaattuin, ze moeten zorgen dat ze veelzijdiger worden zodat ze die ook kunnen aanleggen. De klimaatverandering schept kansen. Steeds meer mensen zullen een klimaattuin willen, meer nog: ze zullen hem nodig hebben. Er komt dus nog heel veel werk voor bekwame tuinaannemers.

Verelst:De sector boomt: van 4600 tuinaannemers in 2015 ging het naar 10.500 vandaag. Het zou niet slecht zijn mocht daar een correctie op komen. Iedereen kan nu tuinier zijn. Koop een grasmaaier, een schop en je kunt bij wijze van spreken in bijberoep tuinen onderhouden. Het is de hoogste tijd dat er meer aandacht wordt geschonken aan de kwaliteit die ze leveren. Voer een kwaliteitslabel in dat aangeeft dat ze aandacht hebben voor het klimaat, efficiënt waterbeheer en duurzaamheid. Professionele tuinaannemers zijn daar zelf vragende partij voor. Gelukkig zijn de gesprekken daarover begonnen.

Verachtert:Er is één voordeel. Zonder die mensen zouden er wellicht nog meer tuinen van voren tot achteren gebetonneerd worden.

Marc Verachtert en Bart Verelst, Zakboek voor de klimaattuin. Koele oases voor hete zomers, Lannoo, 176 blz., 19,99 euro.

Is dat wel zo? Tuinaannemers verdienen goed geld aan terrassen.

Verelst: Een tuinier die een terras mag aanleggen, krijgt inderdaad dollartekens in de ogen. We mogen de vloertegel niet hoger in het vaandel dragen dan de planten eromheen. Een slimme tuinier legt trouwens waterdoorlatende klinkers: die zijn een tikje duurder én klimaatvriendelijk. Nog grotere dollartekens dus! (lacht)

Jullie bepleiten waterpartijen om de tuin te verkoelen. Zijn die nog verantwoord met deze droogte?

Verachtert: Wel wanneer je ze aanlegt met het regenwater dat je redt van de riool. En je moet ermee leren leven dat het waterpeil zal fluctueren door verdamping. Zolang je het kunt aanvullen met opgevangen regenwater, zie ik geen probleem.

Verelst: Er zijn genoeg en veel verschillende systemen om water op te vangen. Infiltratiekorven om in te graven, bijvoorbeeld, laten het opgevangen regenwater via kleine gaatjes traag wegtrekken in de bodem. Dat water kun je zelf niet gebruiken, maar komt indirect je bomen, planten en gazon ten goede.

Jullie raden mensen aan om een klimaatplan te maken voor de tuin. Hoe doe je dat?

Verachtert: Meten is weten. Plaats, op verschillende tijdstippen van de dag en op verschillende plekken in je tuin, een thermometer. Dan weet je waar het het best toeven zal zijn.

Verelst: Ga ook na wat de wind doet. Die is afhankelijk van veel elementen: een boom, een muurtje, de garage van je buren… Breng in kaart waar je uit de wind zit of waar je je waterpartij moet aanleggen om de gekoelde lucht in jouw richting te krijgen.

Verachtert: Zet stokjes uit waar de eerste ochtendzon verschijnt of de laatste avondzon valt. De zon schuift op, doe dat dus zelf ook. Het is belangrijk om weten dat je niet één zitplek hoeft te kiezen, creëer liever enkele kleinere zitplaatsjes. Wanneer je ze verhardt, zorg dan voor een waterdoorlatende ondergrond.

Verelst: Ik ben een groot voorstander van tegeldragers. Die laten toe dat de lucht onder je terras circuleert, wat verkoeling geeft, en ze zijn waterdoorlatend. Een laatste stap in je klimaatplan: ga bij regen naar buiten om te ontdekken waar het water blijft staan. Dat is de uitgelezen plek voor een buienborder, een als een soepbord uitgegraven perkje voor waterminnende planten: steil aan de zijkanten, zacht hellend naar het midden. Laat terras of gazon in die richting afhellen, leid er zelfs de overloop van je regenton heen en het water kan er insijpelen en de juiste planten zullen er floreren.

‘Tuinaannemers moeten niet bang zijn voor de klimaattuin, ze moeten veelzijdiger worden zodat ze die ook kunnen aanleggen.’  – Marc Verachtert

Jullie aanpak is heel positief. Zijn jullie zelf optimistisch?

Verelst: Soms denk ik dat alles stilstaat. Zeker bij particulieren. Ik zie meer vooruitgang bij openbare besturen, al is het zeker nog niet perfect.

Verachtert: Ik ben positiever gestemd. Ik bezoek, onder meer voor Het Nieuwsblad, veel tuinen. Daar beweegt veel dat aan het oog onttrokken blijft door hagen en heggen. Laatst was ik bij een man die tien jaar geleden nog zijn gazon en lochting vol vergif spoot. Nu niet meer. Omdat het niet meer mag – nogmaals, dat verbod wérkt – maar ook voor zijn kinderen en kleinkinderen. Mensen spuiten minder, zijn blij met bijtjes in de tuin en planten meer bomen. Het bewustzijn groeit, daar ben ik zeker van.

Biologisch eten en fair trade heten weleens iets te zijn voor de bemiddelde middenklasse. Geldt dat ook voor de klimaattuin?

Verelst: Absoluut niet. Kleinte tuintjes zijn zelfs makkelijker om een klimaattuin van te maken, want je hebt er meer in de hand. Wil je een leefbare tuin om in te genieten, dan is een klimaattuin hoe dan ook goedkoper: geen duur terras dat je moet onderhouden, minder gazon, meer planten en bomen: de klimaattuin is de ideale tuin voor iemand die er minder tijd en geld aan wil besteden en er toch meer van wil genieten.

Lees op Knack.be/klimaattuin 5 tips voor een klimaattuin.

Bart Verelst

– 1976: geboren in Sint-Niklaas

– 1995-1998: studeert geschiedenis (UGent)

– 1998-2008: leraar middelbaar onderwijs

– 2009-2018: tuinaannemer

– 2016: neemt deel aan Het Goede Leven (Eén)

– Vanaf 2019: woordvoerder bij Groen Groeien, vereniging voor Vlaamse tuinaannemers

– Stookt Garden Gin

– Schrijft voor Jardins&Loisirs/Fence, TuinHier

– 2020: publiceert Zakboek voor de klimaattuin

Marc Verachtert

– 1954: geboren in Hasselt

– 1973-1976: studeert tuinarchitectuur

– 1991-2016: bezieler Japanse tuin in Hasselt, reist sinds 1989 tweejaarlijks naar Japan voor studiebezoeken

– Sinds 1985: medewerker tv-tuinprogramma’s en groenjournalist

Verzorgt jaarlijks één binnenlandse en twee internationale tuinreizen

– Boeken: Zakboek voor de bijentuin (2019) en Zakboek voor de klimaattuin (2020)


 
Lees meer over Leestafel | Geplaatst op | Geen reacties | Leave a comment

Nederland investeerde elf miljard tevergeefs in de natuur. ‘Er moet iets rigoureus veranderen’ (TROUW, 28 mei 2020)

Soortenrijkdom

Beeld Fadi Nadrous

Het verlies aan biodiversiteit is niet afgewend door dertig jaar natuurbeleid, blijkt uit onderzoek van Trouw. De natuur is nog even versnipperd en soorten gaan in Nederland nog steeds achteruit.

Het is een zeldzaam lentetafereel op de vroege ochtend: het korhoen maakt een wals door de heide, zijn witte staart opgezet als die van een pauw, zijn vuurrode kam uitstekend boven het gras. Bij de aanblik van een concurrent, die ook de aandacht van een hen wil trekken, verandert de heide plots van een balzaal in een arena. Er klinkt een snerpende krijs, gevolgd door vleugelslagen en pikkende snavels.

Er mag dan wel ritueel worden gedanst, veel concurrenten zijn er niet meer op de Sallandse Heuvelrug. Het is de laatste plek in Nederland waar nog enkele exemplaren van het korhoen te vinden zijn. Een schril contrast met de eerste helft van de twintigste eeuw, toen er nog duizenden hoenders verspreid door het land leefden.

De aantallen waren volgens Sovon Vogel­onderzoek in 1976 teruggelopen tot zo’n vierhonderd broedparen. Vanaf de jaren negentig resteerde alleen de populatie in het Salland, die ooit begon met dertig hanen. Nu is daar slechts een enkeling van over.

“De soort is praktisch uitgestorven in Nederland”, zegt Ruud Foppen, onderzoeker bij Sovon en bijzonder hoogleraar dierecologie aan de Radboud Universiteit. Om de populatie in leven te houden, zijn Zweedse korhoenders naar de Nederlandse hei gehaald. Een laatste noodgreep, die op de Veluwe al door natuurbeheerders is opgegeven.

Het nieuws in het kort

– De soortenrijkdom in Nederland is afgenomen, ondanks elf miljard aan investeringen

– Veel natuurgebieden zouden met elkaar worden verbonden, maar dat is nooit gebeurd

– Maatregelen om milieuvriendelijker te boeren, schieten tekort

Landschap uit het verleden

Het korhoen staat dus op de rand van de afgrond. Dit komt allereerst omdat zijn leefgebied is uitgekleed, zegt Foppen. “We denken dat het een vogel van de heide is, waar hij nu zijn laatste adem uitblaast, maar dat is niet zo.” De soort gedijt juist bij een mozaïek van open land afgewisseld met beschutting, vertelt Foppen, zoals hier en daar een struik, boom of ruige akkerrand vol bloemen.

Maar zo’n landschap is iets uit het verleden. Begin twintigste eeuw werden de kleine akkertjes van heideboerderijen ontgonnen om plaats te maken voor grote landbouwpercelen, die waren ontdaan van kneuterige overhoekjes, bosjes en houtwallen. Hoogveen besloeg 90.000 hectare in 1900. In 2012 was daar nog 6000 hectare van over. “De heidegebieden zijn drastisch verkleind en het korhoen is er geïsoleerd”, zegt Foppen.

Hetzelfde verhaal gaat op voor vogels als de duinpieper, die uit Nederland is verdwenen, en de met uitsterven bedreigde tapuit. Ook talloze vlinders, reptielen en amfibieën verliezen door het gladgestreken landschap belangrijke elementen van hun habitat.

Beeld Louman & Friso

Veel Europees beschermde soorten in Nederland kunnen daarom niet behouden blijven, waarschuwen ecologen de Tweede Kamer in april dit jaar: 90 procent van de leefgebieden, 70 procent van de soorten en tot 40 procent van de vogels is geen lang leven beschoren, stellen onderzoekers van de Wageningen Universiteit.

Landelijk netwerk van verbonden natuurgebieden

Dat de leefgebieden van dieren steeds verder versnipperen, rapporteerde het Natuurplanbureau al in 2000. Tien jaar ervoor had Den Haag afgesproken om een landelijk netwerk van verbonden natuurgebieden aan te leggen: de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In 2018 zou die bijna 730.000 hectare groot moeten zijn. Nederland liep daarmee voor op veel andere landen: de EHS is een voorbeeld voor het latere Natura2000-netwerk in Europa.

Maar zelfs als de EHS er komt, waarschuwde het Natuurplanbureau toen al, schieten verbindingen te kort. Infrastructuur zit in de weg, beoogde ecologische verbindingen zijn te klein of slecht afgestemd op de te beschermen soorten. De duinpieper stond toen al te boek als toekomstig slachtoffer, net als de tot op heden kwetsbare boommarter. Nieuwe, zogeheten robuuste verbindingen moesten deze problemen wegnemen, vond ook het oude ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer.

Het plan voor aaneengeschakeld groen was gestoeld op een belangrijk wetenschappelijk inzicht uit die tijd: door natuur te verbinden, wordt het totale leefoppervlak voor planten en dieren groter. In een klein land als Nederland is dat noodzakelijk om biodiversiteit te behouden, legt hoogleraar ecologie Han Olff van de Rijksuniversiteit Groningen uit. Een verkruimeld leefgebied maakt de toch al kleine populaties nog kwetsbaarder. “Eén droge zomer of strenge winter kan een kleine groep al doen uitsterven en het risico vergroten dat die soort verdwijnt.” Als dieren zich tussen natuurgebieden kunnen bewegen, worden kwetsbare populaties weer aangevuld. Olff: “Dit maakt de kans groter dat een soort blijft bestaan.”

Succesjes zijn er ook. Zo ging de zeearend broeden in de Oostvaardersplassen.Beeld Ruben Smit

Plannen in de prullenbak

Maar bij het aantreden van kabinet-Rutte I, in 2010, belandden de voor deze robuuste verbindingen die voor soortbehoud zo belangrijk zijn, in de prullenbak. Er werd fors bezuinigd op natuur en de natuurtaken verschoven van het Rijk naar de provincies. De waarschuwing dat de leefomstandigheden van planten en dieren onomkeerbaar zal verslechteren, zoals de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur in een doorrekening schreef, werd in de wind geslagen.

“Het huis is nog steeds niet af”, zegt hoogleraar Olff. De EHS, voortaan Natuurnetwerk Nederland geheten, mag nog 680.000 hectare groot worden. En in plaats van in 2018 moet de groene keten in 2027 zijn afgerond. “Dat is dus vijftigduizend hectare kleiner en negen jaar later dan gepland.”

En die robuuste verbindingen nog altijd niet gerealiseerd, zegt Olff. Knelpunten rondom infrastructuur zijn wel grotendeels aangepakt, onder meer met faunabruggen, maar ecologische barrières zijn niet echt verwijderd. De helft van de landnatuur heeft een ‘slechte ruimtelijke samenhang’: die is te klein of te geïsoleerd is voor soorten om te kunnen overleven. Die verhouding is bijna onveranderd sinds 1990. “Planten en dieren zijn nog evenzeer opgesloten in gefragmenteerde natuurgebiedjes.”

Stikstofuitstoot

Een versplinterd leefgebied is niet het enige dat soorten als het korhoen nekt. De kwaliteit van natuur staat ook aanhoudend onder druk door andere factoren. Iets minder dan 70 procent van de Nederlandse natuur heeft een gammel ecosysteem: hier komt minder dan de helft van de typerende vlinders, vogels en planten voor, blijkt uit gegevens van soortenorganisaties Floron, Sovon en deVlinderstichting. Sinds 2000 is het aandeel ondermaatse natuur alleen maar toegenomen. Op dit moment scoort bijna 90 procent van de leefgebieden in Nederland een onvoldoende, zowel op ruimte als kwaliteit.

“Al had hij genoeg ruimte, dan nog zou het korhoen het niet overleven”, zegt bijzonder hoogleraar Foppen. Jonge korhoenders worden namelijk in hun eerste weken grootgebracht op rupsen en larven, voegt boswachter Ine Nijveld van de Sallandse Heuvelrug daaraan toe. Maar die zijn er haast niet meer. “Er wordt volop gebaltst, er worden zelfs nestjes gebouwd. Maar de kuikens overleven het niet, jaar in jaar uit.”

Het voedseltekort heeft alles te maken met de stikstofuitstoot van verkeer, industrie en – vooral – landbouw. De stikstofdeken boven Nederland verstoort en verzuurt het bodemleven, vertelt ecoloog Olff. Dit tast planten en insecten aan, waar vogels van moeten leven.

Insectensterfte bezorgt onderzoekers al langer kopzorgen. Tussen 1890 en 2017 nam het aantal vlinders in Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek met wel 80 procent af. Ook de bij is zijn leven niet zeker: bijna de helft van de bijensoorten is in aantal en verspreiding teruggelopen sinds 1950, blijkt uit gegevens van het Kenniscentrum Insecten. Met name in Europa neemt de hoeveelheid landinsecten nog jaarlijks af.

Bestrijdingsmiddelen in de landbouw

Stikstof is lang niet de enige boosdoener. Ook het grootschalig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw vormt een bedreiging voor de beestjes. “Het gif dat bedoeld is om plaagdieren te lijf te gaan, doodt ook belangrijke bestuivers zoals bijen en hommels”, zegt Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan Wageningen Universiteit.

En daar zijn insectenetende vogels ook de dupe van, concludeerden onderzoekers van de Radboud Universiteit enkele jaren terug. Zo’n 70 procent van de Europees beschermde broedvogels leidt onder landbouwgif, meldt WUR.

Plannen om het gebruik van bestrijdingsmiddelen drastisch terug te dringen, hebben nog weinig resultaat gehad. Hoewel het gebruik van insecticiden sinds 1996 is verminderd, stagneert die afname de laatste jaren weer. Door het hele land zijn normoverschrijdende hoeveelheden insecticiden in het oppervlaktewater te vinden.

“Middelen worden verboden, maar er komen ook weer nieuwe middelen bij”, zegt Berendse. Hij schreef in 2015 mee aan een kritisch rapport over bestrijdingsmiddelen van Europese wetenschapskoepel EASAC, waarna een drietal giftige stoffen door de Europese Commissie werd verboden. “Er worden wel kleinere hoeveelheden gebruikt, maar omdat insectensoorten resistent worden, moeten er steeds nieuwe stoffen bijkomen die vaak nog giftiger zijn.” De vele normoverschrijdingen in water zijn dan ook toe te schrijven aan een handvol stoffen die het meest vervuilend zijn.

Kraanvogels kunnen weer uit de voeten in gebieden waar de natuur de ruimte krijgt, zoals het Fochteloërveen.Beeld Buiten-beeld

Natuurvriendelijk boeren

Om de weerslag van de landbouw op de biodiversiteit te verminderen, is natuurvriendelijk boeren het devies. Zo zijn agrariërs sinds 2014 verplicht hun akker te vergroenen, willen zij Europese landbouwsubsidie ontvangen. Dit geeft soorten weer beschutting en kan insecten aantrekken die bladluizen opeten in plaats van bespuiten.

Het gros van de Nederlandse landbouwbedrijven maakt hier gebruik van: ruim 90 procent van het boerenland heeft in 2018 ten minste één vergroeningsverplichting. Maar diezelfde boeren planten vrijwel nooit een rij bomen of struiken. In plaats daarvan kiest het merendeel voor generieke gewassen, zoals Engels en Italiaans raaigras, met een ‘geringe ecologische meerwaarde’, staat in een recent monitoringsrapport van WUR. De 2 miljard euro subsidie die boeren sinds 2014 voor vergroening hebben ontvangen, draagt zelden bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Sterker nog, het areaal akkerranden is de laatste jaren afgenomen.

Ook het natuurbeheer door boeren, dat sinds de start van het natuurnetwerk wordt toegepast, heeft weinig vruchten afgeworpen. Dat komt allereerst door het kleine oppervlak: van in totaal 1,7 miljoen hectare landbouwgrond, wordt slechts 4 procent als natuur beheerd. Landbouwers kiezen veelal voor kleine lapjes grond met licht beheer, meldt het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast gaat het om kortlopende contracten die in de helft van de gevallen niet worden verlengd, waardoor de weinige inspanningen gauw verloren gaan.

Pogingen, zoals later maaien en nestbescherming om vogels en insecten te begunstigen, leveren te weinig op. Typische soorten van het boerenerf zijn in drie decennia in aantallen gehalveerd. Van de vlinders in het agrarisch gebied is ten opzichte van 1992 nog een kwart over en boerenlandvogels zijn sinds 1960 met wel 70 procent afgenomen. Zij komen net als de hoenderkuikens nog steeds voedsel en beschutting tekort. Nergens anders in Nederland is het soortverlies zo groot als in het agrarisch gebied.

Ten dode opgeschreven

De variatie aan soorten komt nog altijd in de knel door de versnippering en de slechte kwaliteit van de natuur. Dit kan desastreuze gevolgen hebben volgens ecologisch onderzoeksinstituut Alterra. Al in 2002 concludeert het dat hierdoor ‘populaties vroeg of laat, maar onherroepelijk, zullen uitsterven’. Zo’n populatie kan nog wel tientallen jaren voortbestaan, schrijft het instituut, maar zij is feitelijk al ten dode opgeschreven.

Klopt, want een soort kan zich pas herstellen als zijn leefgebied op orde is, zegt ecoloog Olff. Maar daar gaan jaren overheen. Voor een vogel kan het misschien tien jaar duren, voor planten tientallen jaren. “Het is te vergelijken met CO2-uitstoot: de schade die je nu aanricht, is niet zomaar verholpen en het effect ervan blijft nog lang doordenderen.”

Dat ruimte en natuurkwaliteit elkaar versterken, kan natuurlijk ook positief uitpakken. “Als de kwaliteit van het agrarisch gebied rond natuurgebieden verbetert, zijn soorten ook veel minder geïsoleerd”, zegt Paul Opdam, onderzoeker bij Alterra en oud-hoogleraar landschap in ruimtelijke planning aan Wageningen Universiteit. Hij schreef mee aan diverse kritische beleidsrapporten. “In de toekomst wordt dit nog belangrijker, omdat soorten nu niet opgewassen zijn tegen extremere weersomstandigheden door klimaatverandering.”

Het is logisch dat soorten komen en gaan, zegt oud-hoogleraar Berendse, en ja, er zijn ook successen behaald. Met name op plekken waar natuur de ruimte krijgt, zoals het Fochteloërveen en de Oostvaardersplassen, kunnen eerder verdwenen soorten als de kraanvogel en de zeearend weer uit de voeten. “Tegelijkertijd tast ons menselijk handen de natuurlijke dynamiek ingrijpend aan.” En een tekort aan insecten betekent ook een tekort aan natuurlijke plaagbestrijders en bestuivers van groenten en fruit. “Dat proberen we kunstmatig op te lossen, zoals met steeds giftigere insecticiden, maar hier zit een grens aan.”

De korhoenders dansen nog over de Sallandse heide, maar de tijd tikt. Beheerders trekken alles uit de kast om de zure bodem een handje te helpen, zegt boswachter Nijveld, door te maaien, plaggen en strooien met kalksteen. Toch laten de gele bloemen die normaal tussen de heidestruiken bloeien en rupsen voeren zich al jaren niet meer zien. “Wat wij doen is puur tijd rekken zolang de bron niet wordt aangepakt. En daarvoor moet er iets rigoureus veranderen.”

What do you want to do ?

New mail


 
Lees meer over Leestafel | Geplaatst op | Geen reacties | Leave a comment

Natuur in reservaten is niet genoeg (Trouw, 6 juni 2020)

Opinie Biodiversiteit  

Als we onze biodiversiteit echt willen herstellen, dan zal ons hele landschap daaraan bij moeten dragen, stellen Marc van den Tweel, directeur van Vereniging Natuurmonumenten, en Hank Bartelink, directeur van LandschappenNL.

Beschermde planten en dieren dreigen massaal uit Nederland te verdwijnen, schreef Trouw op 28 mei. De krant schetst een gitzwart beeld van de staat van onze natuur. Laten we duidelijk zijn: de analyse is simpelweg correct. Maar de noodzakelijke oplossingen zijn een stuk complexer.

In de jaren dertig van de vorige eeuw besloten de oprichters van Natuurmonumenten dat met in totaal 50.000 hectare beschermde natuur in Nederland hun missie zou zijn volbracht. Daaruit blijkt hoezeer mensen er destijds van overtuigd waren dat ons hele landschap zou blijven bijdragen aan het behoud van een gezonde basis aan planten en dieren. Ze konden onmogelijk vermoeden hoe het omringende landschap binnen een eeuw totaal zou verarmen. Dat zelfs de meest algemene boerenlandvogels als kievit, leeuwerik en graspieper op de Rode lijst van bedreigde soorten zouden belanden.

Met de rug tegen de muur

Wij, Vereniging Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen, beheren onze natuurgebieden met man en macht, al meer dan een eeuw. Maar ook wij staan met onze rug tegen de muur, in een steeds leger en stiller landschap. We verbinden natuurgebieden met elkaar, geven natuur de ruimte om te groeien en doen wat we kunnen om negatieve invloeden van buiten te weren: stikstofoverschot, vervuild water, zwerfafval, drugsdumpingen. Door die inspanningen gaat het in de meeste natuurgebieden matig tot redelijk goed. De decennialange afname van planten en dieren is in onze gebieden min of meer tot stilstand gekomen. Maar het is bij lange na niet genoeg.

In Nederland is nu meer dan 500.000 hectare natuur beschermd. Meer dan tienmaal zoveel als destijds voldoende werd geacht voor een blijvend rijk, mooi en leefbaar Nederland. Maar nu het omringende landschap steeds minder ruimte biedt voor planten en dieren, is de 13 procent die Nederland heeft aan beschermd natuurgebied volstrekt ontoereikend. De natuur kraakt en zucht onder ons intensieve landgebruik; in Nederland, maar ook in de rest van de wereld. In Noordwest-Europa is meer dan de helft van alle insecten verdwenen. Vrijwel alle soorten wilde bijen – ruim 300 – zijn in hun voortbestaan bedreigd. Vogels. Vlinders. Ze kelderen met een neergaande trend rechtstreeks de vergetelheid in. Er lijkt in ons land geen ruimte voor wolf, korhoen, steenmarter, vos en grutto.

Natuur gevangen in bloemperkjes

We zijn onze planeet gaan beschouwen als onze achtertuin; elke centimeter efficiënt ingericht, met de natuur gevangen in bloemperkjes. Maar elk aspect van onze leefomgeving is direct of indirect verbonden met natuur. Het beschermen van natuur in speciale reservaten was en is een nobel streven. En harde noodzaak. En Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen zullen die parels blíjven beschermen. Maar als we onze natuur écht willen herstellen, dan zal ons hele landschap daaraan bij moeten dragen.

De alarmerende analyse in Trouw roept de vraag op of we bereid zijn, in de volle breedte, om ons land te delen met andere soorten. Een gezonde planeet is een planeet die bruist van het leven. En dus moeten we ons opnieuw afvragen hoe we met lucht, water en bestrijdingsmiddelen omgaan, hoe we ons landschap willen inrichten en of we daarin ook rekening willen houden met planten en dieren.

Er is niet één oplossing om onze natuur te redden. Het is niet genoeg om het Europese Natuurnetwerk af te maken – maar het is wel nodig. Het is niet genoeg om tuinen te ontstenen en steden te vergroenen. Het is niet genoeg om onze landbouw drastisch te verduurzamen. Het is niet genoeg om slimmer en zuiniger om te gaan met ons water. Maar het is wel nodig. Allemaal. Wat Trouw publiceerde, is een wake-upcall die we niet mógen negeren. Alleen zó voorkomen we dat over tien jaar eenzelfde artikel in Trouw verschijnt, met nóg dramatischer cijfers.

What do you want to do ?

New m

OpinieBiodiversiteit

Natuur in reservaten is niet genoeg

Als we onze biodiversiteit echt willen herstellen, dan zal ons hele landschap daaraan bij moeten dragen, stellen Marc van den Tweel, directeur van Vereniging Natuurmonumenten, en Hank Bartelink, directeur van LandschappenNL.

Beschermde planten en dieren dreigen massaal uit Nederland te verdwijnen, schreef Trouw op 28 mei. De krant schetst een gitzwart beeld van de staat van onze natuur. Laten we duidelijk zijn: de analyse is simpelweg correct. Maar de noodzakelijke oplossingen zijn een stuk complexer.

In de jaren dertig van de vorige eeuw besloten de oprichters van Natuurmonumenten dat met in totaal 50.000 hectare beschermde natuur in Nederland hun missie zou zijn volbracht. Daaruit blijkt hoezeer mensen er destijds van overtuigd waren dat ons hele landschap zou blijven bijdragen aan het behoud van een gezonde basis aan planten en dieren. Ze konden onmogelijk vermoeden hoe het omringende landschap binnen een eeuw totaal zou verarmen. Dat zelfs de meest algemene boerenlandvogels als kievit, leeuwerik en graspieper op de Rode lijst van bedreigde soorten zouden belanden.

Met de rug tegen de muur

Wij, Vereniging Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen, beheren onze natuurgebieden met man en macht, al meer dan een eeuw. Maar ook wij staan met onze rug tegen de muur, in een steeds leger en stiller landschap. We verbinden natuurgebieden met elkaar, geven natuur de ruimte om te groeien en doen wat we kunnen om negatieve invloeden van buiten te weren: stikstofoverschot, vervuild water, zwerfafval, drugsdumpingen. Door die inspanningen gaat het in de meeste natuurgebieden matig tot redelijk goed. De decennialange afname van planten en dieren is in onze gebieden min of meer tot stilstand gekomen. Maar het is bij lange na niet genoeg.

In Nederland is nu meer dan 500.000 hectare natuur beschermd. Meer dan tienmaal zoveel als destijds voldoende werd geacht voor een blijvend rijk, mooi en leefbaar Nederland. Maar nu het omringende landschap steeds minder ruimte biedt voor planten en dieren, is de 13 procent die Nederland heeft aan beschermd natuurgebied volstrekt ontoereikend. De natuur kraakt en zucht onder ons intensieve landgebruik; in Nederland, maar ook in de rest van de wereld. In Noordwest-Europa is meer dan de helft van alle insecten verdwenen. Vrijwel alle soorten wilde bijen – ruim 300 – zijn in hun voortbestaan bedreigd. Vogels. Vlinders. Ze kelderen met een neergaande trend rechtstreeks de vergetelheid in. Er lijkt in ons land geen ruimte voor wolf, korhoen, steenmarter, vos en grutto.

Natuur gevangen in bloemperkjes

We zijn onze planeet gaan beschouwen als onze achtertuin; elke centimeter efficiënt ingericht, met de natuur gevangen in bloemperkjes. Maar elk aspect van onze leefomgeving is direct of indirect verbonden met natuur. Het beschermen van natuur in speciale reservaten was en is een nobel streven. En harde noodzaak. En Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen zullen die parels blíjven beschermen. Maar als we onze natuur écht willen herstellen, dan zal ons hele landschap daaraan bij moeten dragen.

De alarmerende analyse in Trouw roept de vraag op of we bereid zijn, in de volle breedte, om ons land te delen met andere soorten. Een gezonde planeet is een planeet die bruist van het leven. En dus moeten we ons opnieuw afvragen hoe we met lucht, water en bestrijdingsmiddelen omgaan, hoe we ons landschap willen inrichten en of we daarin ook rekening willen houden met planten en dieren.

Er is niet één oplossing om onze natuur te redden. Het is niet genoeg om het Europese Natuurnetwerk af te maken – maar het is wel nodig. Het is niet genoeg om tuinen te ontstenen en steden te vergroenen. Het is niet genoeg om onze landbouw drastisch te verduurzamen. Het is niet genoeg om slimmer en zuiniger om te gaan met ons water. Maar het is wel nodig. Allemaal. Wat Trouw publiceerde, is een wake-upcall die we niet mógen negeren. Alleen zó voorkomen we dat over tien jaar eenzelfde artikel in Trouw verschijnt, met nóg dramatischer cijfers.

Lees ook:

Hoe dertig jaar beleid en 11 miljard de natuur niks hebben opgeleverd

Dertig jaar natuurbeleid heeft het verlies aan biodiversiteit niet kunnen afwenden. De natuur is nog even versnipperd en soorten gaan in Nederland nog steeds achteruit.

Nederland investeerde elf miljard tevergeefs in de natuur. ‘Er moet iets rigoureus veranderen’

Het verlies aan biodiversiteit is niet afgewend door dertig jaar natuurbeleid, blijkt uit onderzoek van Trouw. De natuur is nog even versnipperd en soorten gaan in Nederland nog steeds achteruit.


 
Lees meer over Leestafel | Geplaatst op | Geen reacties | Leave a comment