In een dichtbebouwde stad heeft de natuur geen schijn van (groene) kans

Dinsdag 28 mei sprak de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid van de Gemeente Leiden over de Groene Kansenkaart. Dat is een actie van de gemeente Leiden om de stad te vergroenen. Enige tijd daarvoor was er al ingesproken over dit onderwerp door de secretaris van de Bomenbond.

Dat was te merken in de reacties van de politieke partijen: door veel partijen werd de bijdrage van de Bomenbond in de discussie naar voren gebracht. Opvallend was het draagvlak bij vrijwel alle partijen voor biodiversiteit: de recente notitie van de VN over dit onderwerp was bij de Leidse Raad als Gods woord in een ouderling ingedaald.
Het leek wel of de wethouder zich de koning te rijk voelde bij alle plannen om zelfs het kleinste servet van een bloembak te voorzien en het tafellaken te honoreren met ecologisch verantwoorde flora. Is de Bomenbond blij met de groene kansen? Natuurlijk, want die zijn hard nodig in onze tijd.

De strategie van de BBR is om zo vroeg mogelijk bij de ontwikkeling van de plannen van gemeenten betrokken te zijn en zo te bewaken, dat er ook werkelijk alles aan is gedaan om het kappen van grotere bomen te voorkomen. Daarnaast spannen we ons in om de regelgeving voor de bescherming van de natuur zo stringent mogelijk te krijgen. Daarbij is biodiversiteit leidend. Het blijkt haast ondoenlijk om alle (klein- en grootschalige) projecten te volgen.
Bouw- en leefbaarheidplannen staan op gespannen voet, maar worden door de onvoldoende  samenwerking tussen departementen nauwelijks op elkaar afgestemd. Het gevolg is dat steen het meestentijds wint van het groen. Daar helpt geen referendum of burgerprotest tegen.

Al decennia wordt er over het milieu en het klimaat gesproken. De kranten staan er vol van. Maar zijn de politici er ook echt vol van? Bij de renovatie en de aanleg van stadswijken lijken vooral de steenfabrieken goed garen te spinnen. Verstening heeft op alle fronten toegeslagen. Parken worden onderhoudsvrije evenementgebieden met kunstgrasvelden, het plein rondom Molen de Valk wordt zonder blikken of blozen een groen evenementplein genoemd enz.

De Groene kansenkaart lijkt op het oog een goede maatregel. Het lijkt geweldig om van iedere rechtgeaarde Leidenaar een ranger te maken. Maar vergeet niet dat de Groene kansenkaart de gevolgen moet maskeren van het bouwen van nog eens 8.500 woningen in een stad, die al zeer weinig groen kent. Daarmee wordt de biodiversiteit de nek omgedraaid.
Als voorbeeld: in mijn woonwijk broedde altijd een paartje scholeksters. Ze maakten dankbaar gebruik van een groot grasveld en open plekken. Het grote grasveld werd bebouwd, waardoor de plek verdween waar de jongen vliegles kregen. Die lessen werden dus gegeven op de straat voor het Diaconessenhuis. Toen ik daar een dag later langskwam, lag er op straat een platgereden jonge scholekster. Dat is het gevolg van het gemeentelijk beleid om de stad vol te bouwen. Mijn scholekster heeft niets aan een minibosje of een straat, waar drie stoeptegels tegen groene planten zijn uitgeruild. Echte biodiversiteit vergt meer, veel meer.

Kortom: Het wordt tijd voor een samenhangend beleid met meer visie, met ook een grotere rol voor stadsecologen. Een beter milieu begint bij jezelf, maar de overheid hoort hierin wel degelijk het voortouw te nemen. Dat is zij aan de burgers verplicht!

Arjan Korevaar