Klimaatprobleem oplossen: kwestie van bebossen!

“Massale wereldwijde bebossing kan decennium CO2-uitstoot neutraliseren”
Bomen zijn “ons krachtigste wapen in de strijd tegen klimaatwijziging”, beweert ecoloog Thomas Crowther. Hij stelt dat een massale (her)bebossing over de hele wereld tien jaar menselijke CO2-uitstoot compleet zou kunnen tenietdoen. Volgens zijn berekeningen is er plaats voor nog eens 1,2 biljoen bomen extra op onze planeet.
TOPICS jv 17 februari 2019
Lees verder

Staatsbosbeheer: bos- of geldbeheer?

VOLKSKRANT, 10 februari 2019   Journalist: Mac van Dinther

  • De oud-directeur van Staatsbosbeheer heeft forse kritiek op de manier waarop de organisatie omgaat met haar bossen. ‘Dit is landbouw met bomen.’

Het lijkt wel alsof in de bossen bij Amerongen een reus met een grasmaaier aan het werk is geweest. Op een gebied van zo’n twee hectare zijn alle grote bomen weggevaagd. De open plek die daardoor is ontstaan, staat bezaaid met kleine dennenbomen. Alsof er midden in het bos een kerstbomenplantage is neergepoot. Nog maar een paar jaar geleden zag deze kale vlakte er net zo uit als het stuk aan de overkant van het pad, wijst Frits van Beusekom: een gemengd bos van naald- en loofbomen met bladeren en dood hout op de bodem. Het is treurig, beaamt Jaap Kuper. ‘Dit is geen bos meer. Dit is landbouw met bomen.’

Lees verder

Kleurrijke berm als wapen tegen plagen en biodiversiteitsverlies

Reportage Bermen van Nederland           Pieter Hotse Smit     10 juli 2019  Volkskrant.nl

Het wemelt langs veel wegen nog niet van de bloemen en vlinders, terwijl bermen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit in Nederland. De Vlinderstichting probeert terreinbeheerders bewust te maken van de waarde van kleurrijke bermen. ‘Kijk: een distelvlinder, die zijn hier echt niet elk jaar!’

 

Anthonie Stip
van De Vlinder-stichting in de berm langs de N244 bij Purmerend, waar het vol staat met bloemen.

Foto: Freek van den Bergh/ de Volkskrant

De eikenprocessierups is niet alleen gehypet, we hebben haar ook aan onszelf te danken. Door de eindeloze hoeveelheid eiken langs wegen, maar ook – en dat is zijn vakgebied – door de inrichting van bermen eronder, zegt Anthonie Stip (27) van De Vlinderstichting. ‘Door grootschalig, intensief beheer is het leefgebied van natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups steeds kleiner geworden.’

Stip wil het positief houden en neemt ons allereerst mee naar daar waar het wél wemelt van de frontsoldaten tegen de invasieve rups (en andere plagen), zoals de gaasvlieg, sluipwesp en mier. ‘Daar heb je al een hommel’, zegt hij vanaf het fietspad. Twee stappen de berm in langs de N244 bij Purmerend en de sprinkhanen dansen voor je uit tussen de grote ratelaars, margrieten en knoopkruid. De molshopen ertussen bewijzen dat het wel goed zit met het bodemleven. ‘Deze berm is het pareltje van de provincie Noord-Holland’, zegt de jonge, bevlogen ecoloog.

Basis voor ons ecosysteem

In tijden van een biodiversiteitscrisis – in 2017 vastgesteld in een omvangrijke Duitse studie en recentelijk wereldwijd samengevat in een rapport van het VN-diversiteitspanel IPBES – verdient de berm volgens Stip alle aandacht. Hij ziet hem als de lijst om een schilderij, de basis voor ons ecosysteem. ‘Goed beheerd kunnen de eindeloze linten zorgen voor de dooradering van het landschap. Doe je dat niet, dan is het systeem minder robuust en ontvankelijk voor verstoring door bijvoorbeeld de eikenprocessierups.’

Over de veelbesproken gevolgen die de terughollende biodiversiteit heeft voor de mens, wil Stip het eigenlijk niet hebben. Dat insecten zorgen voor de bestuiving van onze gewassen en dat de achteruitgang een gevaar is voor onze voedselvoorziening. ‘Door daar de nadruk op te leggen, stel je de mens centraal’, zegt hij. ‘Terwijl de natuur intrinsieke waarde heeft. Als je hier staat, besef je dat je niet de enige soort bent op aarde.’

Dan is Stip afgeleid. ‘Kijk: een distelvlinder, die zijn hier echt niet elk jaar!’ Hij begint een enthousiast verhaal over hoe die via Israël en Finland vanuit Afrika hierheen is komen fladderen en uiteindelijk weer terug zal gaan om op zijn geboortegrond te sterven. Het kan niet op: daar gaat een bruin zandoogje. ‘Die vlinder staat in heel Europa onder druk.’ Prachtig allemaal, vindt de ecoloog die zich als kind al verdiepte in vogels en tijdens zijn studie in Wageningen verknocht raakte aan de entomologie.

De belangrijkste truc voor een berm vol insecten is simpel, volgens Stip: laat in de zomer maaien. Dat geeft de planten tijd voor het aanmaken van zaden, waardoor ze het jaar erop weer in groten getale opkomen. Om tal van redenen gebeurt dit op veel plaatsen niet, zoals even verder westwaarts richting Alkmaar.

Anthonie Stip van De Vlinderstichting springt over een slootje langs de N244 richting Alkmaar, waar de berm niet goed wordt beheerd.
Foto: Freek van den Bergh/
de Volkskrant

Klepelmachine

Hij houdt een hand dor gras vast. ‘Hier is een klepelmachine overheen geweest’, zegt hij. ‘Die maait niet, maar hakt alles fijn. De goedkoopste en meest efficiënte methode noemen ze dat, omdat ze de gehakselde resten niet hoeven af te voeren. Maar aan deze veelgebruikte methode kleven de nodige nadelen, die niet bij de prijs zijn inbegrepen.’

Zo stapelt het organisch materiaal op, waardoor te hoge bermen geregeld voor veel geld afgegraven moeten worden. Bovendien wordt ook bermafval tot microplastic vermalen en gaan bij regen ook de stilzittende vlinders eraan. En dan zijn er nog de meststoffen in de achtergebleven resten, waardoor wildgroeiers als brandnetel, berenklauw en fluitenkruid de overhand krijgen ten koste van soorten die meer insecten aantrekken.

Bij terreinbeheerders is het vaak onwetendheid, weet Stip. In gesprekken benadrukt hij dan hoe doodeenvoudig het is om van de groene woestijn te komen tot de kleurrijke bermen. In het buitengebied is het inzaaien van zadenmengsels – die vaak uitheems zijn – bijvoorbeeld niet  nodig. Gewoon gebruikmaken van de zadenbank die al een eeuwigheid in de bodem zit. Weer tot leven te kussen door tenminste vijf jaar lang het gemaaide groen af te voeren. De wilde peen, orchidee en rolklaver steken als vanzelf weer de kop op.

Vergisters

Over het afvoeren van restmateriaal maakt Stip zich nog wel zorgen. Met name vanwege de opkomst van vergisters, die met onder meer bermgras en dierlijke mest groen gas produceren. Hij vreest voor het agrarisch verdienmodel, waarbij provincies en gemeenten net als boeren niet twee, maar zes keer per jaar gaan maaien vanwege het geld dat het gras opbrengt in vergisters. Het is de omgekeerde boskapdiscussie: misschien goed voor het klimaat dat schone gas, maar funest voor de biodiversiteit langs wegen.

Gelukkig voor Stip en andere voorvechters van de natuur is daar het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat eind vorig jaar werd gepresenteerd. In het plan dat natuurclubs, boerenorganisaties, bedrijven en wetenschappers ontwikkelden na de alarmerende Duitse insectenstudie worden bermen expliciet genoemd om de biodiversiteit een kontje te geven.

De Vlinderstichting bedacht daarvoor het bermenkeurmerk Kleurkeur. Met een index van 1 tot 5 worden bermen beoordeeld op het aantal soorten planten en insecten. ‘Inmiddels zien we dat aannemers onze index gebruiken’, zegt Stip. ‘Die zeggen dan bijvoorbeeld tegen de provincie: als wij jullie bermen mogen beheren, dan zorgen we ervoor dat jullie bermindex in drie jaar van 2 naar 2,5 gaat.’

Het komt er volgens Stip al met al op neer dat de natuur in bermen wat meer met rust moet worden laten. Bij de eikenprocessierups, die veel jeuk kan geven, gaat dit volgens hem ook mis. ‘Met het wegzuigen van de nesten verdwijnt ook het arsenaal aan hulptroepen dat op een natuurlijke manier strijdt tegen de plaag.’

Hij stroopt zijn mouw op. ‘Hier: brandwonden van het sap van de pastinaak’, zegt hij wijzend naar de gele plant. ‘Daarvan zeggen we toch ook niet: die is gevaarlijk, weg ermee. Gewoon mijn eigen schuld, ik had uit de buurt moeten blijven.’

Bomen leveren de samenleving niet alleen zuurstof op, maar ook keiharde euro’s

TROUW.NL/GROEN

Katja Keuchenius 11:31, 21 maart 2019

                                                                                                                                          i-tree bomen waarde © Trouw

Bomen zijn niet alleen mooi, maar staan in bebouwde gebieden volop te ‘multitasken’. Met het programma i-Tree kunnen groenbeheerders hard maken wat bomen de samenleving opleveren. 

Op een banner prijkt de leus ‘Scoren met bomen!’. In keiharde euro’s, zo is de bedoeling. Je zou het niet zeggen als je kijkt naar de zaal gevuld met vooral mannen in truien, houthakkershemden en bescheiden jasjes. Zij werkten de afgelopen jaren bijna allemaal enthousiast mee aan het hier gelanceerde Nederlandse programma i-Tree. De oorspronkelijk Amerikaanse software zet de maatschappelijke waarde van bomen om in klinkende munt. De gemeentelijke bomen in Utrecht slaan bijvoorbeeld voor 5,5 miljoen euro op aan CO2 en leveren daarnaast nog 1,5 miljoen euro per jaar aan maatschappelijk voordeel, berekende i-Tree.

Paardenkastanje

Ook voor afzonderlijke bomen rollen er cijfers uit i-Tree, in Nederland geïntroduceerd door Stadswerk en VHG, verengingen die zich bezighouden met groen in de openbare ruimte. De beroemde ‘Postzegelboom’ in Den Haag bijvoorbeeld, een 138-jarige paardenkastanje tegenover Paleis Noordeinde, zorgt in zijn eentje bijvoorbeeld voor een temperatuurdaling in de buurt van de boom, legt 45,5 kilo CO2 per jaar vast en vangt jaarlijks 5700 liter water op.

Almere probeerde het programma als eerste Nederlandse gemeente uit. Technisch beheeradviseur Wouter Baack wilde zo meer vat krijgen op de waarde van groen. Baack: “Bomen staan op de gemeentelijke balans altijd alleen maar aan de kostenkant.” Toen hij de bijdrage van bomen in de Filmwijk wilde berekenen, ontdekte hij dat het Amerikaanse i-Tree moest worden aangepast aan bijvoorbeeld het Nederlandse klimaat en lokale boomsoorten. Dat gebeurde de afgelopen drie jaar met hulp van onder meer veertien ­gemeenten, de Wageningen University & ­Research en groene adviesbureau’s.

Alle Nederlandse gemeenten, maar ook burgers, kunnen het programma gebruiken. Den Haag doet dat bijvoorbeeld bij de herinrichting van de voor de economische ontwikkeling zo belangrijke wijken Binckhorst en het Central Innovation District, zegt stadsbeheerder Leendert Koudstaal. “We kijken met i-Tree naar de beste groeiplaatsen voor bomen.” Hij verwacht dat de rekenhulp veel gaat veranderen in gemeenteland. In vrijwel elk coalitieakkoord van gemeenten staat immers wel iets over ‘meer bomen’.

Geen vage claims

i-tree bomen waarde © Trouw

Het vaststellen van de bijdrage van bomen was tot nu toe lastig, vertellen de boomverzorgers, boomadviseurs en openbaar groenbeheerders in de zaal. Zelf wisten zij allang dat bomen waardevol zijn. CO2-opslag, wateropvang, luchtverontreiniging, koeling, biodiversiteit, gezondheid, sommen ze moeiteloos op. Tot nu toe waren dat vage claims. Met i-Tree kunnen de boombeheerders die voordelen hardmaken. 

Tientallen andere landen namen afgelopen jaren met i-Tree hun bomen onder de loep. ­Pioniers waren enkele Amerikaanse steden. Nederlands grote voorbeeld is inmiddels Londen. Daar is de kroonbedekking, het grondoppervlak dat door de kroon van bomen wordt bedekt, nu nog 21 procent maar in 2030 moet dat 30 procent zijn. “Nederland is relatief laat”, zegt Koudstaal. “We zien bomen bij bouw- en infraprojecten meestal als een sluitpost.”

Vergroenen is niet de enige opgave voor ­beheerders van de openbare ruimte in Nederlandse steden. Minstens zo hoog op de prioriteitenlijst staan verdichten – lees: bouwen voor meer inwoners – en verduurzamen. Dat laatste gaat vaak gepaard met nieuwe ondergrondse leidingen en buizen, waarbij boomwortels nogal eens in de weg liggen. Wat ook niet meehelpt, zijn klachten van bewoners over schaduw, vogelpoep en bladafval.

Met berekeningen op basis van tot nu toe drie op Nederland toegesneden parameters – CO2-opslag, de afvang van water en luchtvervuiling – kunnen beleidsmakers de baten van bomen afzetten tegen die van bijvoorbeeld nieuwe gebouwen. Komt er een gebouw op de plek van bomen, dan kan een gemeente berekenen wat er aan milieueffect moet worden gecompenseerd. En niet alleen gemeenten krijgen met het rekeninstrument een beter beeld van bomen. Koudstaal gaf laatst een presentatie aan twintig grote projectontwikkelaars die zeiden bomen op te willen nemen in hun plannen zodra ze ermee konden rekenen.

Liever naaldbomen

De producenten van het Nederlandse i-Tree hopen overigens niet per se op méér bomen. Projectleider Henry Kuppen – tevens directeur van adviesbureau Terra Nostra – hoopt juist dat met i-Tree de ‘stuksdiscussie’ eindelijk eens ophoudt. “Het gaat niet om het aantal bomen, maar om het kroon- of bladoppervlak.” Naaldbomen hebben bijvoorbeeld relatief veel bladoppervlak en zijn ook nog eens het hele jaar door groen. Dat maakt ze volgens het Platform i-Tree Nederland vergeleken met loofbomen twee keer zo effectief in het afvangen van fijnstof uit de lucht. Terwijl loofbomen weer meer CO2-opslaan.

Haarlem bekeek met i-Tree welke bomen wateroverlast het beste voorkomen. De stad kampt bij flinke buien met overstromingen op laaggelegen punten, zoals de Grote Markt. i-Tree liet zien dat naaldbomen, meer dan loofbomen, effectiever zijn tegen wateroverlast. Druppels die in een bui aan naalden blijven hangen, stromen niet meteen naar lage punten. De gemeente kijkt hoe en waar meer naaldbomen kunnen worden geplant.

Het Nederlandse i-Tree moet nog worden uitgebreid. Koudstaal: “In New York is een boom nu veel meer waard dan in Nederland, omdat daar meer parameters meetellen. Dat programma rekent ook het gunstige effect van bomen mee op gezondheid, biodiversiteit, huizenprijzen en besparingen op airconditioning.

Maximaal multitasken

Het kost natuurlijk ook wat om een boom te onderhouden. In Den Haag is dat in totaal zo’n zes miljoen euro per jaar, zegt Koudstaal. “Maar die investering wordt niet minder waard. In tegendeel. Naarmate een boom groeit, levert die een gemeente meer op.”

Gemeente Amsterdam wil daarom met i-Tree vooral zorgen dat bomen hard blijven groeien. “Dan kunnen ze hun functies maximaal vervullen”, zegt bomenconsulent Hans Kaljee. “In een plantgat van een meter bij een meter lukt dat niet, ook al is het beheer dan wel lekker goedkoop.” Hij gebruikt i-Tree in ­lezingen voor collega’s, in het eeuwige ‘gevecht om vierkante meters’. “Dan vertel ik dat bomen niet alleen mooi staan te wezen, maar staan te multitasken.”

Kaljee hoopt dat de waarde van bomen in de toekomst steeds meer bekendheid krijgt. Hij wijst op de aanvullende i-Tree-app in andere landen, waarmee bewoners per individuele boom kunnen zien wat die bijdraagt aan de buurt. Kaljee: “Zo’n app is een goed communicatiemiddel. Nederlandse gemeenten hebben allemaal last van klachten over bomen. Dat verandert misschien als mensen zien dat bomen niet alleen overlast geven, maar ook helpen om de stad aantrekkelijk te houden. Een revolutie is misschien een groot woord, maar we staan wel aan de vooravond van meer zicht op wat groen en bomen doen.”

 

Lees ook: 

Een prijskaartje aan de natuur

Bossen, duinen en rivieren leveren allerlei diensten aan de mens. Die zijn nog grotendeels onzichtbaar. De Atlas Natuurlijk Kapitaal brengt ze in kaart.

Waarom we ineens allemaal – geheel terecht – van de bij houden

De bij is een knuffeldier geworden. Niet zonder reden, legt onderzoeker Koos Biesmeijer uit. De bestuivingsarbeid is miljarden waard

 

Waarom we ineens allemaal – geheel terecht- van de bij houden

TROUW.NL/GROEN

Esther Bijlo 19 april 2018

De bij is een knuffeldier geworden. Niet zonder reden, legt onderzoeker Koos Biesmeijer uit. De bestuivingsarbeid is miljarden waard. En de eerste nationale bijentelling komt eraan.

Je moet er wel geduld voor hebben, om te weten te komen hoe belangrijk een bij is voor het produceren van een appel. Hoe vaak moet een bij langskomen? Neem een appelboom. Doe om de bloemknoppen een zakje van vitragestof. Zodra ze openen, gaat het zakje eraf. En dan kijken en wachten: is er een bij langs geweest? Zakje er weer op. Bij een andere bloem komen twee bijen langs, de volgende drie, en zo verder.

Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis, heeft dat geduld. Zo kwam hij erachter dat één bezoek van een bij niet genoeg is voor goede bestuiving. Slechts 15 procent van die bloemen levert een appel op. Na vijf bezoekjes stijgt de opbrengst naar 40 procent. Komt er helemaal geen insect langs, dan kan er nog iets groeien. “De bloem heeft een back-up en kan zichzelf bestuiven. Maar dan krijg je alleen maar kleine prutappeltjes”, vertelt Biesmeijer. “Die kunnen hooguit nog in de appelmoes.”

Ecoloog Biesmeijer doet al tien jaar onderzoek naar bijen en bestuiving. Om te weten hoe het zit, maar ook om aan het werk van de bijen een economische waarde toe te kennen, om het te kunnen beschouwen als ‘natuurlijk kapitaal’.

Wiebelappel

Bij zijn oratie voor het hoogleraarschap natuurlijk kapitaal aan de Universiteit Leiden vorige maand, kreeg iedereen een appel, zodat hij het onderwerp van zijn leerstoel goed uit kon leggen. “Een mooie ronde betekent dat alle vijf stempels in de appelbloem bestoven zijn. Is dat niet zo, dan krijg je een wiebelappel, die aan één kant minder ontwikkeld is.” De wiebelappel heeft, in jargon, ‘ecosysteemdiensten’ van de bijen gemist.

Het onderzoek naar het aantal bijenbezoeken dat nodig is voor goede bestuiving deden Biesmeijer en zijn team in gazen kooien, anders zou het geduld wel erg op de proef worden gesteld. Daar konden ze ook de verschillen tussen soorten bestuivers testen. Zo blijken honingbijen, metselbijen en hommels ongeveer even goede bestuivers te zijn, maar doen zweefvliegen het duidelijk minder.

Ze wilden echter ook weten hoe het in de open lucht met de bestuiving gesteld is en welke waarde een appelteler nu echt misloopt door het teruggelopen aantal insecten. Dat is onderzocht in Engeland voor de Gala-appel, één van de grootste rassen momenteel. In een deel van de boomgaard bestoven de onderzoekers de bloemen handmatig. “Zo goed mogelijk, als een soort superbij. Dat is nog best lastig want het stuifmeel is nogal kleverig. Daarna weet je wat de appelbomen tekort komen aan bestuiving. Bestuiven met de hand leverde 40 procent meer appels op.” De Engelse Gala-telers bleken zo minstens 6 miljoen pond aan omzet mis te lopen.

Prijskaartje

Voor Nederland zijn soortgelijke testen nog niet gedaan, zegt Biesmeijer. “Maar we weten wel dat in de Betuwse boomgaarden de helft van de waarde van de appels komt van insectenbestuiving en de andere helft van zelfbestuiving. Ook hebben we vastgesteld dat de helft van de insectenbestuiving door honingbijen is gedaan en de andere helft door wilde bijen.”

Door het bijenonderzoek van onder meer Biesmeijer in de afgelopen tien jaar, is wereldwijd meer te zeggen over de economische waarde van bestuivers. De onderzoeksmethoden, zoals met de stoffen zakjes, zijn inmiddels gestandaardiseerd door de wereldvoedselorganisatie FAO. Daardoor zijn de schattingen welk prijskaartje aan de bestuivers is te hangen, oftewel wat hun natuurlijk kapitaal is, veel beter geworden.

De bijdrage van bestuivers aan alle gewassen en landen in de wereld wordt nu geschat op tussen de 230 en 570 miljard euro per jaar. En dan is wat mensen voor eigen gebruik verbouwen en de zaadteelt nog niet meegerekend.

De burger mag nu helpen om het bijenonderzoek verder te helpen. Om te beginnen door mee te doen aan de eerste ‘nationale bijentelling’ komende weekeinde (zie kader). Maar ook andere projecten staan in het teken van ‘citizen science’, het betrekken van mensen bij de wetenschap. “In Den Haag zetten we in volkstuinen kratten snelgroeiende planten uit, zoals tuinbonen en rucola”, geeft Biesmeijer een voorbeeld. “De eigenaren van volkstuinen gaan gegevens verzamelen, onder andere over de rondvliegende bijen, na een week halen we de kratten dan weer op.”

Bijenvriendelijk

Voor het onderwijs zijn er pakketten waarbij leerlingen zelf onderzoek gaan doen. “Wij vinden het nodig, in deze tijd, om kinderen wetenschapswijs te maken en bij te brengen hoe je kritisch onderzoek doet.”

Tientallen gemeenten hebben de ambitie gesteld om een ‘bijenvriendelijke’ plaats te worden. Sommige ontfermen zich over een specifieke bijensoort. “Zoetermeer heeft het vosje geadopteerd, ze zijn daar al op vossenjacht geweest. En Leiderdorp doet dat met de slobkousbij, die verzamelt voedsel vooral van de wederik, een plant die veel rond de sloten in die omgeving voorkomt.”

Zo heeft de bij inmiddels een hoge knuffelstatus opgebouwd. “Ja, het zijn een soort vliegende teddybeertjes”, lacht Biesmeijer. “Maar dat is terecht”, voegt hij serieus toe. “Er is veel over de stand van onze insecten te doen. Vergeleken met de jaren vijftig is de teruggang echt heel dramatisch. Dat komt niet alleen door de bestrijdingsmiddelen zoals neonicotinoïden, maar ook door verstening en monotone gewassen zoals raaigras. Bestuivers nemen een hele centrale plaats in in ecologische systemen, ook 80 procent van de wilde planten heeft bestuiving nodig. Een heleboel soorten hommels zijn al weg, de helft van de wilde bijensoorten is er niet meer of alleen in natuurgebieden.”

Het goede nieuws: “Bijen zijn mobiel, dus redelijk snel ook weer terug te krijgen. Met de juiste beplanting kun je in je tuin meer bijen trekken.”

Hoeveel ‘kilo biodiversiteit’ het gaat opleveren als de tuinen groener worden en bijenhotels worden aangeschaft, dat is dan weer de komende jaren onderwerp van onderzoek.

De telling

Vogels en vlinders tellen, daar zijn Nederlandse natuurliefhebbers al aan gewend. Maar bijen, dat is weer een nieuwe uitdaging. Erg groot zijn ze niet en er zijn tientallen soorten die je in de tuin of op het balkon kunt aantreffen. Is het een roodgatje, een grijze rimpelrug of een gewone koekoekshommel? Wie komend weekeinde mee wil doen, kan naar de website nederlandzoemt.nl voor instructies, een bijentelformulier en gidsje. Gelukkig is er ook een vakje ‘bij onbekend’ dat aangekruist kan worden.

‘Nederland zoemt’ is een project van LandschappenNL, Naturalis, IVN en Natuur & Milieu, gefinancierd met drie miljoen euro van de Postcode Loterij. Het omvat de bijentelling maar ook voorlichting en educatie. Zo is sinds deze week op elf plaatsen in het land de ‘wilde bijen expositie’ te zien. Een beetje ‘punk’ vorm gegeven, om alle leeftijdsgroepen aan te spreken, constateert Biesmeijer, één van de initiatiefnemers van de bijentelling. “In een paar jaar willen we proberen de bijentelling op te bouwen tot de status die de vogel- en vlindertelling al hebben. Daar moet je de tijd voor nemen, we moeten uitvinden hoe we dat het beste kunnen doen. We zijn nu al blij met 500 deelnemers, maar het gaat als een trein, er hebben zich al meer dan 1600 mensen aangemeld.”

Met bijvoorbeeld een aardbeienplant in de tuin is overigens zelf te testen hoe het met de bestuivers is gesteld, legt Biesmeijer uit. “Komen er mooie druppelvormige aardbeien aan, dat is de bloem goed bestoven. Zijn ze aan één kant minder ontwikkeld, dan zijn er te weinig insecten langs geweest.”

Bijenstrategie

‘Bed & Breakfast for Bees’, is de naam van het actieprogramma dat de Rijksoverheid begin dit jaar lanceerde. Nu het belang van bestuivers begint door te dringen en de helft van de 360 wilde bijensoorten in Nederland dreigt te verdwijnen, komt ook de nationale overheid in actie met een ‘nationale bijenstrategie’. Het plan voorziet in meetbare doelstellingen voor 2023 en 2030 voor de ontwikkeling van het aantal bijen en de verschillende soorten. Het programma bevat vooral zaken als verspreiding van kennis, burgers, boeren en bedrijven bewust maken van het probleem en het mogelijk maken van vergroening. Die burgers lijken al doordrongen van de teruggang. Twee derde van de Nederlanders is bezorgd om de bijensterfte, komt naar voren uit een enquête in opdracht van het platform Nederland Zoemt. Tachtig procent van de respondenten vindt dat hun gemeente zich moet bekommeren om bijenvriendelijk groen. Wat betreft kennis is er nog wel wat te doen. De helft van de ondervraagden denkt dat er minder dan 25 soorten bijen zijn in Nederland. Het onderscheid tussen een wesp en een wilde bij is bij een derde niet bekend.

Lees ook:

Insecten zijn aan het verdwijnen

Voor het eerst is met harde cijfers aangetoond dat in Europa insecten op grote schaal aan het verdwijnen zijn. Er zijn sterke aanwijzingen dat nieuwe bestrijdingsmiddelen uit de landbouw daarbij een rol spelen.

‘Als we de insecten kwijtraken, ontstaat er echt chaos’

Professor Dave Goulson zet zich in voor het behoud van insecten, met name voor bijen, wespen en hommels. ‘Als de reuzenpanda uitsterft, is dat erg, maar als we insecten kwijtraken, ontstaat er echt chaos.

Bessen telen doe je samen met bijen

Wilde bestuivers hebben een belangrijk aandeel in de opbrengst van fruittelers. Een groep blauwebessentelers wordt een handje geholpen door de rosse metselbij.

DEEL DIT ARTIKEL

De bloem heeft een back-up en kan zichzelf bestuiven. Maar dan krijg je alleen maar kleine prutappeltjes

Koos Biesmeijer, onderzoeker

De bijdrage van bestuivers aan alle gewassen in de wereld wordt nu geschat op tussen de 230 en 570 miljard euro per jaar

Vergeleken met de jaren vijftig is de teruggang echt heel dramatisch

Koos Biesmeijer,