Grootschalige kap in het Lammenschanspark

“Rechtspraak die niet overtuigt in haar motivering is slechte rechtspraak.”

Bovengenoemde quote komt van professor staatsrecht Twan Tak van de Universiteit Maastricht. Volgens hem is het allerbelangrijkste van een rechterlijke uitspraak de motivering. “Die moet uitvoerig en overtuigend zijn, dat is een dure grondwettelijke plicht.”

Bomenbond Rijnland verzocht de voorzieningenrechter om een schorsing van de kap van 358 bomen op het ROC terrein te Leiden, daar er geen degelijk onderzoek gedaan was naar de fauna en flora op het terrein.

Het besluit van de rechter, om de verleende kapvergunning voor de bomen niet te schorsen, kostte 290 euro en in de vier pagina’s tellende tekst waarin de rechter zijn besluit motiveert, wordt duidelijk dat de rechter vindt, dat de kapvergunning niet op zichzelf staat. De Bomenbond had geen bezwaar ingediend tegen de nieuwbouw van het ROC en dit in combinatie met het feit dat de gemeente in redelijkheid heeft kunnen besluiten de kapvergunning te verlenen, vond de rechter voldoende reden om de bomenkap toe te staan.

Ergo: maak niet alleen bezwaar tegen de kapvergunning, maar ook tegen de daaraan voorafgaande bestemmingsplanwijzigingen, (bouw) vergunningen, verkeersbesluiten etc.

Van het feit, dat rechtspraak steeds meer om procedure gaat en steeds minder om de inhoud, is hier een pijnlijk duidelijk voorbeeld te zien.

Dat er beschermde diersoorten voorkwamen, was kennelijk niet interessant genoeg. En dat er veel bomen en ander groen, dat overigens evenzeer belangrijk is voor ecologische samenhang en verbindingen, worden opgeofferd voor het economisch belang en “kwaliteit van onderwijs”, werd als vanzelfsprekend beschouwd door zowel de Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften als de Voorzieningenrechter.

Inderdaad had de Bomenbond mogelijk iets meer kans gemaakt, als zij ook tegen de Aanvraag Bouwvergunning en de Verleende Bouwvergunning bezwaar had gemaakt. Echter, al heel wat jaren geleden beloofde toenmalig wethouder Laurier, dat er gestreefd zou worden naar koppeling van Bouwvergunning en Kapvergunning tot een samenhangend geheel. Nog steeds leggen we de nadruk tijdens gesprekken met wethouders en ambtenaren op dit belang. En nog steeds is dat in de praktijk zelden het geval, omdat belang en waarde van groen (dus niet alleen monumentale en bijzondere bomen!) het moeten afleggen tegen economisch belang en prestige. Een ander punt is de enorme hoeveelheid werk, als de Bomenbond bij elke grote kapvergunning ook nog eens naar de bouwvergunning moet kijken. Bovendien kost elke procedure vele honderden euro’s! De Bomenbond heeft EN daar het geld niet voor EN kan niet elke uitgave redelijkerwijze verantwoorden bij haar leden…

Toch zit voor de bomenliefhebbers een beetje winst in deze rechtsgang. Want op pagina 3 van de motivering schrijft de rechter, dat uit de gemeentelijke besluiten niet duidelijk blijkt of de kapaanvragen zijn getoetst aan de Leidse Bomenverordening. De rechter vindt dus dat de gemeente heeft verzuimd te vermelden waarom zij meent dat zaken als natuur- milieu- landschappelijke- cultuuurhistorische- drendrologische waarden van stadsschoon, recreatie en leefbaarheid of kwaliteit van de openbare ruimte met het toekennen van de kapvergunningen niet in het geding zijn geweest. Deze kritiek stond in geen enkel bezwaarschrift letterlijk beschreven, maar kwam de rechter zelf mee. Het is een goede vraag waar we de gemeente Leiden mee om de oren kunnen slaan bij iedere nieuwe kapvergunning die ze toekennen. En als we daarmee een paar bomen kunnen redden is het offer van de bomen op het ROC terrein niet helemaal voor niets geweest.

Sylviusterrein

Tijdens de kapverlening voor het grote aantal bomen op het ROC-terrein werd de kapvergunning voor heel wat bomen op het Sylviusterrein in Leiden afgegeven. En weer met uitblijven van een groencompensatieplan!
Hieronder leest u de pleitnota van de Bomenbond tijdens de zitting van de Beroep- en Bezwaarcommissie.

Leiden, 02-03-07

Pleitnota betreffende kapvergunning Sylvius terrein.

In september 2004 besloot de Leidse Gemeenteraad in te stemmen met het in juni van dat jaar verschenen Programma van Eisen “De Leeuwenhoek. Hoofdlijnen voor een stedelijk kenniscluster” als basis voor het door B & W op te stellen stedenbouwkundig plan en oorontwerp – bestemmingsplan Leeuwenhoek. In dit Programma van Eisen staat o.a.: “In de stedenbouwkundige planuitwerking zal specifiek rekening gehouden worden met de inpassing van bestaande waterlopen en bomen…”. Ook in de samenvatting, waar men zich beperkt tot de belangrijkste punten, staat onder `Groen en water’: “Er wordt rekening gehouden met de inpassing van de oude trambaan en bestaande waterlopen en bomen.”

De onlangs verleende vergunning voor het kappen van de bomen op het Sylviusterrein is een gevolg van deze stedenbouwkundige planuitwerking. Het gaat hier om het kappen van alle 133 daar aanwezige bomen.

De tegenstrijdigheid van deze beide gegevens kan ik op twee manieren verklaren:

a.
De betreffende opmerking over inpassen van bestaande bomen was een loze kreet, uitsluitend bedoeld om eventuele tegenstanders in de raad over de streep te halen. Je maakt een mooi boekje met mooie plaatjes, veel tekst en wat kreten als `groene dooradering’ en `rekening houden met bestaande bomen’. Als de raad dat heeft geaccordeerd kan je die kreten weer vergeten en ga je gewoon je gang.

b.
De betreffende opmerking is serieus bedoeld geweest en heeft bij de verdere planuitwerking steeds voorop gestaan. Pas na uitgebreid overleggen, passen en meten heeft men tot zijn grote teleurstelling moeten constateren dat het in dit geval niet mogelijk was om ook maar één van de 133 bomen te sparen.

In mijn meestal hardnekkige naïviteit ben ik geneigd het laatste te veronderstellen. Maar dan verwacht ik bij de motivatie van het verlenen van de kapvergunning iets terug te vinden van dat overleg, passen en meten en van die teleurstelling. Tot mijn verbazing vind ik daar niets van terug. Er staat slechts: “Voor het bouwrijp maken is het noodzakelijk het terrein integraal op te hogen. Het bestaande groen (met name bomen en grasland) kan hierdoor niet gehandhaafd worden. De nieuwe groenstructuur wordt aangelegd conform het stedenbouwkundig en landschappelijk plan.” Niets over hoeveel `bloed, zweet en tranen’ dit gekost heeft, uren vergaderen en slapeloze nachten omdat men niet heeft kunnen waar maken wat men plechtig had beloofd: rekening houden met bestaande bomen. Maar ook geen zakelijk vergelijkend kostenplaatje van verschillende alternatieven, waarbij meer dan nul bomen zouden kunnen worden gespaard.

Misschien kunt U zich voorstellen, dat de Bomenbond hierop in haar zienswijze reageerde met de term `onverantwoorde minachting voor natuurlijke elementen’. Het lijkt er toch op dat allereerst is uitgegaan van een stedenbouwkundig plan en dat achteraf blijkt dat er bomen in de weg staan, die dan dus moeten verdwijnen. Dat valt niet te verkopen als: rekening houden met bestaande bomen.

In de reactie van de gemeente op onze zienswijze wordt trouwens ook weer gesproken over de geplande groene zones in het gebied, als zijnde natuurlijke elementen. Bij recente discussies hierover blijkt steeds weer dat de opstellers van het plan hieronder iets geheel anders verstaan, zodat sportvelden daar ook bij horen, zelfs als ze met (groen) kunstgras worden bedekt.

In de Motivatie voor het verlenen van de kapvergunning wordt verwezen naar het Bomen onderzoek dat door Copijn Utrecht BV is uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt, dat het hier in grote meerderheid (128 van de 133) gaat om bomen van goede conditie en hoge toekomstverwachting en behorende tot de soorten (populieren, wilgen, elzen, essen) die uitstekend passen in het `Hollandse landschapsidee’ zoals het plan beoogt uit te stralen. Het enige punt was dat Copijn niet kon garanderen, dat de bomen nog zo’n hoge toekomstverwachting zouden hebben, als er rondom 50 cm zand zou worden gestort.

De ophoging heeft inmiddels plaatsgevonden ten behoeve van de bouw van het HAL Allergy kantoor en laboratorium. De ophoging is zó ver van de bestaande bomen, dat er, zeker voor deze soorten, geen enkel gevaar bestaat dat ze er schade van zullen ondervinden.

Het moet mogelijk zijn om de nog te realiseren infrastructuur zo aan te leggen dat er heel wat bomen gespaard kunnen worden. Dit lijkt ons een interessante uitdaging voor een landschapsarchitect die over enige flexibiliteit en creativiteit beschikt. Wij zijn gaarne bereid hierover mee te denken.
Ook nu weer heeft de Commissie in haar advies het volgende gezegd:
“Klager (Bomenbond) heeft gesteld, dat het College een ruimere blik op groen en verantwoordelijkheidsgevoel voor de natuur mist. De Commissie merkt op dat de kapvergunning geen betrekking heeft op bomen die voorkomen op de lijst met monumentale bomen, die bijzondere bescherming behoeven.”
Met andere woorden: alle houtopslag, dat niet als monumentaal is vastgelegd, is volkomen vogelvrij. Ja, vogelvrij zal het in Leiden worden als de natuur op deze manier door het College, de Raad en de Commissie van Beroep- en Bezwaarcommissie behandeld wordt. Dan hadden we in de pleitnota toch gelijk (dat wisten we trouwens al): het College mist een ruimere blik op groen en heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel voor de natuur.