Klimaatverandering heeft de status van de boom getransformeerd: bomen zijn hot

TROUW, 26 februari 2020  – Johan Nebbeling

Nationaal Bomenmuseum

Het Gimborn Nationaal Bomenmuseum in Doorn.Beeld Johan Nebbeling

In het Nationaal Bomenmuseum Gimborn in Doorn loop je in een uurtje van de Alpen naar de Himalaya en van Japan naar Canada.

De in 1916 tot Nederlander genaturaliseerde Duitser Max von Gimborn zou de recente bijna-heiligverklaring van de boom met genoegen hebben aangezien. Hij was altijd al een groot bomenliefhebber en als rijke inktfabrikant had hij de middelen om die liefde vorm te geven: een arboretum ter grootte van zestig voetbalvelden met ruim 3000 bomen en struiken uit de hele wereld.

Praktisch

Het Gimborn Nationaal Bomenmuseum is gevestigd aan de Velper­engh 13 in Doorn. Het museum is het hele jaar geopend. Entree: € 6,50. Kinderen tot 16 jaar gratis. Zie voor agenda en andere informatie: bomenmuseum.nl

Beeld Johan Nebbeling

In 1924 kocht hij een stuk grond in Doorn, waarvoor landschapsarchitect Gerard Bleeker een bomentuin ontwierp. Van Gimborn zou er ook gaan wonen, in een nieuw te bouwen villa. Maar de beurskrach van 1929 putte zijn middelen uit en die villa kwam er nooit. Zijn arboretum behield hij. Zijn weduwe verkocht het verwaarloosde park in 1966 aan de Universiteit van Utrecht, die het als onderzoeks- en onderwijscentrum gebruikte. In 2009 nam een particuliere stichting het arboretum over, knapte het grondig op en maakte er het Nationaal Bomenmuseum van, zover bekend het enige in zijn soort.

Beeld Johan Nebbeling

In volle glorie

En wat een fijn plekje is dat museum! In een parkachtig landschap, doorsneden met vijvers die worden gevoed met helder kwelwater van de Utrechtse Heuvelrug, staan duizenden gezonde, goed onderhouden bomen en struiken in hun volle glorie. Ze zijn, op voorwaarde dat ze gedijen in ons gematigde zeeklimaat, afkomstig uit de hele wereld. Aan de hand van de bomenroute door het Gimborn Museum loop je in een uurtje van de Alpen naar de Himalaya en van Japan naar Canada.

Wonderlijk en verbazingwekkend is de veelvormigheid van bomen: van de 36 meter hoge Amerikaanse Mammoetboom tot de gotische bogen van de ‘boomkathedralen’ die de Koreaanse Hemlocksparren – in Nederland uniek – met hun takken vormen. Bladeren in alle vormen en maten, die meekleuren met de seizoenen en het museumpark elk jaargetij een andere aanblik geven.

Het Nationaal Bomenmuseum is in de loop der decennia bovendien een toevluchtsoord geworden voor (beschermde) vogels, zoogdieren, insecten en amfibieën. Met een beetje mazzel kun je er een boommarter, waterspitsmuis, ijsvogel, ransuil, ringslang, hazelworm, kamsalamander of heikikker spotten. Het gebied is een lusthof voor vlinders, waterjuffers, libellen, bijen, hommels en wespen.

Beeld Johan Nebbeling

Fantastisch voor kinderen

Soortbehoud en educatie gaan in het museum hand in hand. Dat maakt het museum ook voor kinderen een fantastische bestemming. Zij kunnen, bijvoorbeeld, terecht in de enorme boomhut die rond een grote beuk is gebouwd en waar zowel de geschiedenis van het heelal als van het leven op aarde wordt verteld. Biodiversiteit is een belangrijk thema in het museum. Er zijn diverse thematische wandelroutes, waaronder één speciaal voor visueel gehandicapten, en het hele jaar vinden excursies en activiteiten plaats.

Na bijna een eeuw zijn de bomen en struiken volwassen en is het Nationaal Bomenmuseum op zijn mooist. Von Gimborn zou trots zijn geweest op zijn levenswerk. Maar voor hem geldt wat voor elke bomenplanter geldt: boompje groot, plantertje dood. Gelukkig kunnen wij genieten van zijn erfenis.

U kunt meer lezen over de Leestafel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *