Actuele nieuwsbrief

Nieuwsbrief sept./okt. 2018

Nieuwe Colleges, nieuwe geluiden  – Bea Hoogheid

Na de wittebroodsweken voor het zomerreces moeten de nieuwe colleges in Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest nu echt aan de bak. Voor wat betreft Natuur & Groen is dat in Leiden en Oegstgeest ook merkbaar. In Leiderdorp heerst vooral grote stilte: de evaluatie van het reguliere overleg tussen wethouder, ambtenaren en diverse groen- en natuurgroepen is nog niet afgerond en daarmee ligt dat overleg stil.

Oegstgeest

De nieuwe wethouder Huri Sahin moet beslissen over grootschalige kap in de Oranjewijk en de Bloemenbuurt, de verdere aanpak van de bouwontwikkelingen in het nu nog zo groene Overgeest en Endegeest en de voorbereiding van de nieuwe Bomenverordening.

Terwijl de Oranjewijk rustig blijft onder de ook daar op handen zijnde kap van bijna alle straatbomen is de Bloemenbuurt na de zomer op volle kracht in actie gekomen.
Enquêtes, gesprekken met de wethouder en raadsleden, inspreken in commissievergaderingen en op 8 oktober een nieuwe voorlichtingsavond voor de wijk. Met de Adviescommissie Groen en Natuur is de Bomenbond gehoord over onze visie op de Bomeninventarisatie en mogelijke nieuwe aanplant, maar net als de bewoners staan wij voor de grote vraag of het technisch nu echt niet mogelijk is om het riool zo aan te leggen dat er meer bomen gespaard kunnen blijven.

Uit gesprekken met raadsleden blijkt wel een toenemende bereidheid om te pleiten voor een nieuwe Bomenverordening die voor het gehele grondgebied van de gemeente Oegstgeest moet gaan gelden.

 

Leiderdorp

Onze bezwaren tegen de kapvergunning in de Van Lennepdreef zijn door de Commissie Bezwaarschriften niet gegrond verklaard, echter onder het gelijktijdige advies aan het College om de verleende vergunning op alle door ons aangedragen punten aan te vullen. Dat advies is door het College opgevolgd met een herziene vergunning. Wij hebben het secretariaat gemeld dat de formulering van het advies voor een gewoon mens niet te begrijpen is. En dat is toch jammer voor een Commissie, die in haar advies het puur juridische in evenwicht moet kunnen brengen met wat maatschappelijk als rechtvaardig wordt gevoeld.

 

Leiden

Martine Leewis trapte vóór de zomer af in de Raad met de Uitvoeringsnota Groene Hoofdstructuur. Nu pakt ze door met het hete hangijzer Rhijnhof en staat ze binnenkort voor de beslissing over de nieuwe Groene Kaart. Ondertussen gaat de kaalslag voor de Rijnlandroute door. Lees meer

Met een indrukwekkende veelheid van projecten en samengevoegde geldstromen maakt de Uitvoeringsnota Groene Hoofdstructuur op ons vooral een verwarrende indruk.
De Bomenbond heeft gepleit voor een heldere scheiding van budgetten en een betere uitwerking van de ijkpunten die straks nodig zijn om na te gaan of gestelde doelen zijn bereikt. Datzelfde methodologische probleem hebben we geconstateerd bij de invulling door het vorige College van het puntenstelsel voor de nieuwe Groene Kaart.
Helaas is de door BTL uitgevoerde studie voor deze kaart nog steeds niet openbaar en hebben we dus geen enkel idee welke bomen nu door de gemeente aan de kaart zijn toegevoegd of er juist van zijn afgehaald. We hebben onze zorgen hierover op tafel gelegd in ons kennismakingsgesprek met de wethouder, net als onze herhaalde vraag om inzicht in het Beheerplan dat straks gaat gelden voor de herplant langs het tracé van de Rijnlandroute. Het maakt namelijk nogal wat uit of je alle aanplant na 3 jaar kort knipt en als struik gaat beheren of dat je een aantal boompjes tot boom laat uitgroeien. En ondertussen ligt de volgende aanvraag voor de kap van nog eens ruim 400 bomen al bij de gemeente en zit er nog een voor het zelfde aantal aan te komen.
Dat brengt de score van de Rijnlandroute op bijna 10.000 bomen!

Dan zou je bijna zeggen dat die 44 bomen op het oude deel van de begraafplaats Rhijnhof er ook nog wel bij kunnen. Gelukkig denken heel veel mensen daar toch
anders over:

Lobbyen voor bomen

Maar liefst 1233 mensen ondertekenden de petitie tegen de bomenkap rond de oude vijver op de begraafplaats Rhijnhof. Op vrijdag 28 september overhandigde Juliana Fintarova het pakket aan wethouder Martine Leewis van de gemeente Leiden. Juliana, Slowaakse van geboorte, is een inwoner van de Stevenshof. Ze stuitte op het bericht van de Bomenbond Rijnland over de kap en begon een petitie. Het overgrote deel van de ondertekenaars – bijna 1000 mensen – woont in Leiden of omgeving. Anderen, uit plaatsen verder weg, gaven soms aan in Leiden geboren te zijn of een andere band met Leiden te hebben. Sommigen voegden er een persoonlijk noot aan toe.

Dat betekent dat er groot draagvlak is voor het behoud van de natuur op de begraafplaats. Het plan van Stichting Rhijnhof is om het dijkje tussen de oude vijver af te graven en de vijver uit te breiden tot aan het nieuwe crematorium. De bomen op het talud moeten dan verdwijnen. Maar mét de bomen ook de bijzondere stinzenplanten op het talud, en de paddenstoelen die er te vinden zijn. Maar er zijn meer argumenten. Het ontwerp van het landgoed met de vijver, die er al meer dan 100 jaar zo bij ligt, wordt aangetast. Een prachtig, lommerrijk stukje Leiden verdwijnt en vanuit de vijver kijk je rechtstreeks op de nieuwbouw van het crematorium.
Een fraai staaltje moderne architectuur, maar wel een hard contrast met de eerbiedwaardige oude vijver.

De wethouder nam de handtekeningen dankbaar in ontvangst en zei, opnieuw naar de situatie te willen kijken.


Onder de schors  – Dick de Vos

Van de week op cursus geweest bij Stans’ Bomencursus in Oegstgeest. Geloof het of niet, maar we hebben het de hele avond over boomschors gehad! De schors is dood hout, dat bestaat uit kurkcellen. Ze beschermt de boom tegen stoten of uitdroging. Direct onder de schors zit de bast: vochtig, levend weefsel, met bladgroenkorrels erin. Onder de bast zit weer het cambium. Dat is een laagje van maar één cel dik en toch is dit het laagje, waardoor de boom in de dikte groeit. Het cambium splitst zich voortdurend: naar buiten toe wordt er bastweefsel aangemaakt, naar binnen toe spinthout. Doordat het cambium groeit, barst de boom uit zijn schors en. Daarom zie je ook afbladderende schors of diepe groeven in de schors.  Lees meer:
In het spinthout vindt het transport plaats van sappen vanaf de wortels naar de takken en bladeren. Het binnenste van de boom is het (dode) kernhout. Het spinthout is veel lichter dan het kernhout, wat goed te zien is als je de boom zou doorzagen.

Dit is allemaal een lange inleiding tot het lot van de meelbes bij mij in de buurt. Twee zomers terug liet de schors los. Kinderen uit de buurt vonden het leuk om die er in repen van af te trekken, waardoor de bast zichtbaar werd. Wij buurtbewoners gaven geen cent meer voor de boom, maar hij heeft het nu toch al twee zomers overleefd.
De conditie is wel slecht. Hij zal het dus geen jaren meer uithouden, schatten wij.


Boekrecensie – Johan Volkers   

Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen

Wohlleben studeerde bosbouw en werkte meer dan 20 jaar bij bosbeheer in het Rijnland. In 2006 werd hij boswachter van een gebied van 1200 hectare in de Eifel. Sinds die tijd zijn diverse boeken (o.a. Het innerlijke leven van dieren,  Het bos) van zijn hand verschenen. Lees meer:

Zo maar enkele opvallende constateringen in dit boek:

Hoe ouder bomen worden, hoe sneller ze groeien.

*  In strijd tegen de klimaatverandering moeten we bossen oud laten worden.

*  Bomen zorgen samen voor een ecosysteem, dat extreme temperaturen matigt,
veel water opslaat en vochtige lucht veroorzaakt.

*  Temperatuur, vochtigheid en belichting moeten nooit abrupt veranderen, want bomen
beschikken over een uiterst langzaam reactievermogen.

Bomen zijn sinds 400 miljoen jaar op aarde aanwezig. Een boom kan een hoge leeftijd bereiken, al geldt dat nauwelijks voor bomen in ons land.  Zo wordt de Nederlandse beuk 100-150 jaar oud, terwijl de eik de 200 jaar kan halen. Voor Duitsland noemt Wohlleben opvallend genoeg leeftijden van resp. 200 en 500 (!) jaar.
De boomsoort, de standplaats en het beheer blijken de levensduur van bomen te bepalen.

Dat bomen in verstedelijkte gebieden vaak ver uit elkaar geplant worden, is volgens Wohlleben een doodzonde. Zo kunnen bijvoorbeeld beuken –i.t.t. vaak gedacht – niet eens te dicht op elkaar staan. Zij blijken -dichter op elkaar staand- juist veel productiever te zijn! Door bomen niet te ver uit elkaar te laten staan, kunnen oudere bomen onder-gronds ook de jongere bomen van suiker en ander voedingsstoffen voorzien. Zieke bomen worden vaak door soortgenoten ondersteund en gevoed tot het weer beter gaat.

Hoe meer levend én dood hout een bos is en hoe dikker de humuslaag van de bodem, des te meer water er in de totale massa wordt opgesloten. Dood hout blijkt geen verloren hout, zo constateert Wohlleben: “In totaal is een vijfde van alle planten- en diersoorten aangewezen op dood hout, wat rond 6.000 tot dusverre bekende soorten zijn” (pag.121).
Oerbossen hebben humusrijke, vochtige gronden. Dit in schril contrast tot parken, die over harde, door lange stedelijke bewoning verschraalde en grond beschikken…

Indachtig de droge zomer die achter ons ligt, zijn volgende constateringen opvallend:
Een volwassen beuk kan (mits voldoende aanwezig) dagelijks meer dan 500 liter water over zijn hele ‘lijf’ verspreiden. Reeds een hitteperiode van 2 weken zonder regen bemoeilijkt het leven van vooral dennen- en sparrenbossen. Deze boomsoorten blijken (i.v.t. de beuk) minder goed water te kunnen opslaan. De den lost dat handig op door zich tussen beuken te nestelen. De spar staat daarentegen tussen zijn soortgenoten te verdrogen en zal derhalve beter gedijen  in koudere gebieden, waar het grondwater nauwelijks verdampt.

Bomen zijn net mensen: Beide lijden geleidelijk aan huidveroudering, worden dikker en kleiner. Ook lijken zij onderling te communiceren, een geheugen én een soort tijdgevoel te hebben om te bepalen of het bijv. lente is. Dit blijkt niet louter van de temperatuur, maar ook van de daglengte af te hangen.

Tot slot: Is dit een somber boek? Nee! Wohlleben wil bij de lezer vooral de liefde voor boom, plant en dier aanwakkeren. Door ons positief in te zetten voor onze natuurlijke omgeving hebben we nog steeds de mogelijkheid de wereld een stuk mooier te maken.
Een aanrader voor een ieder die iets meer over bomen en bossen wil weten.