Schoffelen, omspitten, verkavelen: bomen krijgen in Nederland geen kans om oud te worden

TROUW – 4 april 2019
door Joop Bouma

Nederland is een landje van schoffelaars, omspitters, wegomleggers, polderaars en verkavelaars. Bomen krijgen hier geen kans stokoud te worden. Sinds de stormvloed Sint Lucia in het jaar 1287 is Nederland het land van werk in uitvoering. Het moet telkens weer anders. Dan snerpen al snel de kettingzagen.“Wij zijn altijd aan het slopen en herinrichten”, zei bomenliefhebber Wim Brinkerink, inspecteur bij de Bomenstichting, herfst 2017 in Trouw. Brinkerink is groot bewonderaar van monumentale bomen. Maar als hij een écht ouwe kanjer wil zien, moet hij op reis. Naar Engeland bijvoorbeeld, waar in ieder gehucht wel een eeuwenoude linde wordt vertroeteld. Of naar Mexico of Nepal, waar oude reuzen van duizend, tweeduizend jaar nog fier overeind staan. De oudste in Nederland is hooguit vijfhonderd jaar – de Kroezeboom, zomereik op de Fleringer Es in Twente.

Buiten beeld

Toen de bioloog Frits van Beusekom (78) begin dit jaar in Nieuwsblad De Kaap, weekblad te Doorn en omstreken, frontaal zijn voormalige werkgever Staatsbosbeheer aanviel over het kapbeleid in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug, kreeg hij prompt luide bijval uit alle delen van het land. Het was alsof hij had geblazen tegen een bijna gedoofde lont van een kruitvat.

“Staatsbosbeheer kapt zijn eigen draagvlak weg door onnodig grote stukken bos om te zagen”, was de boodschap van Van Beusekom. Hij kreeg bijval uit alle delen van het land. De toorn richtte zich niet alleen op de organisatie die 265.000 hectare van de Nederlandse natuur beheert, maar ook op gemeenten en provinciale landschapsorganisaties, die veel te makkelijk de botte bijl zouden hanteren. Licht opbollend asfalt is voor gemeenten soms al genoeg reden een sfeerbepalende rij van mooie bomen uit de wegberm te slopen. Want, de veiligheid, hè? Eén vallende tak kan het lot bezegelen van een hele trotse rij populieren.

© Buiten beeld

Van Beusekom was zelf niet verbaasd over alle bijval. “Mijn kritiek kwam als geroepen. Al die burgerinitiatieven bestaan al zo lang, maar ze kregen nergens gehoor. Ik heb gezegd wat zij al jaren vinden: dat er veel te rigoureus wordt gekapt en dat het bosbeheer niet deugt. Al die burgergroepen waren zwaar gefrustreerd omdat ze geen podium hadden voor hun verhaal. Nu vatten ze weer moed. Er kwam enorm veel opgekropte energie vrij. Het onderwerp houtkap staat eindelijk op de agenda.” Van Beusekoms betoog leidde zelfs tot vragen in de Tweede Kamer.

In de Achterhoek, de Schoorlse Duinen, in Breda en op de Sallandse Heuvelrug, in Eindhoven, Beuningen, Nieuwerkerk aan den IJssel en Geleenbeek, rond Emmen en op Texel, in Spijkenisse, Ede en Amersfoort, op talloze plaatsen in het land komen burgers in het geweer tegen houtkap. Er is intussen zelfs een landelijk meldpunt bomenkap.nl, waarop kap-activiteiten worden gemeld. De zorg en kritiek richten zich bepaald niet alleen op Staatsbosbeheer, ook gemeenten en provinciale landschapsorganisaties krijgen de wind van voren.

Op petitie.nl loopt een campagne tegen grootschalige bomenkap, die gisteren door ruim 14.000 mensen was ondertekend. De indieners, burgerorganisaties, stellen dat Nederland sneller ontbost dan het Amazonegebied: “De werkwijze van Staatsbosbeheer en sommige andere natuurbeheerders brengt onomkeerbare schade toe aan onze natuur en bossen en is strijdig met de normen voor duurzaam bosbeheer.” Het moet anders, vinden de indieners.

De kritiek van Van Beusekom raakt Staatsbosbeheer, omdat de bioloog tot 1987 er directeur terreinbeheer en natuurbehoud was. Hij kent de organisatie en weet wat van bosbouw. Van Beusekom woonde na zijn vertrek bij Staatsbosbeheer enkele jaren in Frankrijk. Vier jaar geleden kwam hij terug naar Nederland en hij schrok naar eigen zeggen van wat hij zag in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Hij noemt het kaalkap, het fantasieloos rooien van grote stukken bos. Staatsbosbeheer zegt nu ook zelf tot het besef te zijn gekomen dat die aanpak te drastisch is en dat het rooien van stukken zo groot als voetbalvelden niet meer van deze tijd is.

De Hongaarse Amandelboom in de heuvels van Pécs, Europese Boom van het Jaar 2019. © rv

Generatiebos

Maar er zijn ook volop misverstanden, zegt Harrie Hekhuis, hoofd beheer en productie van Staatsbosbeheer. “Veel van wat we weghalen uit het bos is puur voor verdunning. Je wilt zo een nieuwe generatie bos krijgen. Er wordt door ons, vergeleken met andere jaren, niet meer gekapt. Afgelopen jaar zelfs iets minder.”

Hij vindt dat de overheid blij moet zijn met de maatschappelijke aandacht voor landschap en houtkap. “Het geeft aan dat mensen betrokken zijn bij de natuur. Natuurlijk wordt er snel naar de overheid gekeken, wij zijn de hoge bomen die wind vangen.” De boodschap komt wel over: Staatsbosbeheer gaat bij natuurbeheer nadrukkelijker de belangen van biodiversiteit en klimaat meewegen, aldus Hekhuis. “Wij willen met provincies en gemeenten in de nabije toekomst vijfduizend hectare bos extra in Nederland aanleggen.”

Van Beusekom is er niet gerust op: “Ik merk bij mensen een authentieke zorg voor bomen en bos. Ze zien al jaren dat er in hun eigen woonomgeving door overheden behoorlijk ruw met bomen wordt omgegaan. Ze zien ook dat het erger is geworden. De laatste jaren neemt de kapperij en bosvernieling toe. Ze vragen aandacht voor een rechtvaardige zaak, bij de overheid worden ze systematisch af geserveerd of met slappe compromissen gesust. Dat wreekt zich een keer. Iedere boom die wordt gekapt gaat deze mensen aan het hart. Kijk, iedereen weet dat kap soms nodig is. Maar wat ze nu zien, gaat alle perken te buiten. Door de mechanisatie van de bosbouw met enorme machines is de aanpak nu ook veel grover. De bodem van het bos wordt vernield, het gaat allemaal veel slordiger, industriëler. Dat past niet bij het bos.”

De Troeteleik, tussen vangrails van de A58, werd afgelopen jaar in Nederland met 2834 stemmen gekozen tot Boom van het Jaar 2019 © Mark Kohn

Waar staat de mooiste boom van Nederland?

Ook Maaike Brasz, rentmeester van SBNL Natuurfonds, een landelijke natuurorganisatie die particulier natuur- en landschapsbeheer ondersteunt, maakt zich zorgen over het schijnbare gemak waarmee beheerders soms in de natuur tekeer gaan. “Er zou best wat meer bewustzijn mogen komen rond bomen. Bomen leveren ook wat op. Ze dragen enorm bij aan de opslag van CO2. Dat komt te weinig aan bod. Veel gemeenten zijn laks als het gaat om bescherming van hun bezit aan bomen. Ze moeten daar meer bovenop gaan zitten.”