Er dreigt een ramp in het Bos van Wijckerslooth

Het Bos van Wijckerslooth is een mooi oud loofbomenbos, een groene oase midden in Oegstgeest. Het ligt ingeklemd tussen de drukke doorgaande Rhijngeesterstraatweg, huizen, grote gebouwen en dorpse lanen. Er staan voornamelijk eiken en beuken, van zeer jong tot zeer oud. Sommige bomen zijn monumentaal.
Rond 1810 werd op deze plaats een Engelse landschapstuin aangelegd volgens een ontwerp van J.D. Zocher sr. Nog steeds kan men iets van het oorspronkelijke padenplan terugvinden. In 1948 wilde de gemeente Oegstgeest het park graag in eigendom krijgen als wandelbos voor het groeiend aantal inwoners. Het werd omschreven als “een volkomen ongerept bosterrein” en men betaalde ƒ2,00 per vierkante meter.
Doordat er sindsdien niet veel gekapt is heeft het zich kunnen ontwikkelen tot een dicht bos met hoogopgaande bomen, een kathedraalbos. Er is een korte maar statige beukenlaan, er zijn mooie bochtige paden met imposante eiken en hier en daar staan prachtige beuken.
De onderbegroeiing bestaat voornamelijk uit hulst en er zijn aardige plekjes met stinzeplanten. Het bos wordt dicht bevolkt door allerlei kleine zangvogeltjes, spechten, duiven en kraaien. Vorig jaar was er een sperwernest, zullen zij terug komen? Dit jaar zijn er drie reigersnesten. Vier soorten vleermuizen zijn er gesignaleerd. Vlinders en libellen hebben er hun eigen plekjes. Deze opsomming is bij lange na niet compleet. Ongerept kunnen wij het bos niet meer noemen maar het is een spannend bosje geworden met brede lanen en smalle paadjes waar je je, hoe klein het ook is, even in de natuur kunt wanen.
Vermoedelijk met de beste bedoelingen heeft Rotary Oegstgeest-Rhijngeest zich opgeworpen als adoptieouder van het bos. Het Wellantcollege en het bedrijf BSI (Bomen Service International) werden in de arm genomen en samen heeft men vastgesteld dat het Bos van Wijckerslooth een verloederd bos is, vol problemen die het bos bedreigen, en dat het gered moet worden. Voor dit “redden” zijn drastische maatregelen bedacht; goede bedoelingen kunnen rampzalige gevolgen hebben. Zonder enige aandacht voor de ecologische waarde, wil men van een charmant oud bos een doorkijkpark maken.
Zo wil men bijvoorbeeld “eikenlanen van de toekomst” aanleggen. Jonge eikenbomen hebben veel licht nodig om te groeien. Er zal dus eerst enorm gekapt moeten worden, tientallen oude en minder oude bomen staan in de gevarenzône. Oude beuken horen niet thuis in een jonge eikenlaan, weg ermee? Een aanslag op het hart van het bos!
Verder vindt men het nodig om enkele zeer oude beuken (100-150 jaar?) “vrij te stellen”. Dit betekent: andere bomen in de buurt kappen en hulst verwijderen. Daarna zullen er nieuwe sierheesters geplant worden. Deze oude beuken zullen dit niet overleven. Alle oevers van alle watergangen wil men kaal maken. De natuurlijke begroeiing en spontane opslag van allerlei soorten jonge boompjes moeten weg om plaats te maken voor sierheesters. Met het kaal maken van sommige oevers is men al begonnen en de winterkoning is zo goed als verdwenen. Als nu ook de hulst wordt omgezaagd, zullen de meeste andere kleine vogeltjes ook verdwijnen; dit is ook gebeurd in het bos van Warmond.
Een paar jaar geleden heeft de Rotary jonge esdoornopslag omgezaagd, geen mens zal er tegen zijn. Men wil de waterhuishouding verbeteren, prima! Er zal zeker achterstallig onderhoud moeten plaats vinden, maar mag dat dan alsjeblieft kleinschalig zijn, met respect voor de natuur in ruime zin en met een oog voor alles wat vanzelf goed gaat. Het bos hoeft niet gered te worden, het valt nog lang niet om. Laten wij liever zuinig zijn op het bos.